Menu Sluiten

Geen vrouw uit Marokko

Hakim heeft pech. Door de crisis is er minder werk in zijn branche en hij vloog er als een van de eersten uit hoewel hij erg gewaardeerd was als medewerker. Maar het ‘last in, first out’ – principe werd zonder aanzien des persoons gehanteerd. Nu heeft hij al 3 maanden geen baan meer en hij moet zich maar zien te redden met een uitkering.
‘Veel is het niet,’ verzucht hij.
Hakim probeert er daarom wat bij te verdienen. Tussen vijf en negen bezorgt hij eten aan huis. Van de baas mag hij elke dag gratis een portie eten meenemen. Dat is lekker goedkoop maar daar is hij inmiddels toch maar weer mee opgehouden.
‘Ik kreeg mijn broeken niet meer dicht,’ vertelt hij. ‘Het eten is moddervet. Als je daar elke dag een portie van naar binnenwerkt dan wil het wel.’
Hakim ziet er graag goed uit. Zeker één keer per half uur werpt hij een blik in zijn autospiegel. Regelmatig tovert hij daarna een kammetje uit zijn achterzak en laat het door zijn zwarte krullen glijden.
‘Waar ga je naartoe?’ vraagt hij.
Met zijn hoofd wijst hij naar de twee zware tassen die ik bij me heb.
Als ik vertel dat ik de spullen moet afgeven aan de andere kant van de stad en op weg ben naar de tramhalte, biedt hij me een lift aan.
‘Ik heb een vriend in huis genomen,’ vertelt Hakim als we de hoek om zijn. ‘Het scheelt in de woonlasten.’
‘En je auto?’ zeg ik. ‘Ben je van plan die te houden?’
Hakim kijkt me aan alsof ik gestoord ben.
‘Dat is het laatste wat ik wegdoe,’ zegt hij dan. ’Nee… zonder auto… Je kunt niet meer gaan en staan waar je wilt. Je bent in één keer je vrijheid kwijt.’
Hakim schudt met zijn hoofd als wil hij een akelig gevoel kwijtraken. Zonder auto, legt hij uit, heeft hij het gevoel opgesloten te zitten. Met een fiets kom je niet ver. Het openbaar vervoer, met z’n tochtige bushaltes en eenzame perrons, vindt hij ongemakkelijk. Maar meteen hierna geeft hij toe dat een auto wel een lieve duit kost. En inmiddels vindt hij het tijd om te gaan trouwen want hij is de dertig al ruimschoots gepasseerd. Maar ook trouwen kost geld.
‘En,’ vraag ik, ‘heb je al iemand?’
‘Misschien,’ lacht Hakim geheimzinnig.
‘Is het een vrouw uit Marokko?’ vraag ik.
Hakim riskeert het om het verkeer te laten voor wat het is en zijn blik even helemaal op mij te richten.
‘Als ik wil,’ zegt Hakim stellig en hij kijkt me met zijn donkere ogen aan, ‘heb ik zo een vrouw uit Marokko. Maar dat wil ik niet. Dat past niet bij me. Begrijp je dat?’
Ik knik gehaast in de hoop dat Hakim zijn aandacht weer op het verkeer zal richten.
Gelukkig, Hakim voelt zich begrepen en heeft oog voor de auto vóór ons.
‘Kijk,’ zegt hij en hij gaat over zijn stuur hangen, ‘ik was nog geen zeven toen ik met mijn moeder, broers en zussen naar Nederland kwam, naar mijn vader die al jaren in Amsterdam woonde. Ik ben dus hier opgegroeid. Dat merk ik ook. Ik ben anders dan de mensen in Marokko.’
‘Waarin?’ vraag ik.
‘Marokkanen die in Nederland zijn opgegroeid zijn koppig,’ zegt Hakim. ‘Ik ook.’
Als ik doorvraag, wordt me duidelijk wat hij bedoelt. Mannen en vrouwen van zijn leeftijd in Marokko, zo ervaart Hakim dat, zijn geneigd zich aan te passen aan de groep, ook in hun mening. Dat ligt bij hem en zijn Nederlandse vrienden van Marokkaanse afkomst wel even anders.
Een minuut of tien is het stil in de auto.
‘Verschillende keren,’ zegt Hakim opeens, ‘is me, tijdens een vakantie in mijn geboortedorp, een bruid aangeboden. Maar dat heb ik steeds afgeslagen. En let wel: sommige meisjes waren bloedmooi! En lief! Maar als ik trouw met een vrouw uit Marokko dan is ze jaren afhankelijk van me. Eerst moet ze nog de taal leren en dan pas kan ze op zoek naar een baan. En wat er nog bij komt: ze kent hier bijna zeker niemand. Ik zie hoe dat gaat bij vrienden van me die getrouwd zijn met een vrouw uit Marokko. Zo’n vrouw is helemaal afhankelijk van je. Zelfs naar de dokter moet je mee. Opeens ben je je vrijheid kwijt…’
Hakim kijkt me aan en ik knik. Het is me duidelijk: Hakims kernwoord is vrijheid.
‘Maar met wie ga je dan trouwen?’ vraag ik, toch nog benieuwd naar zijn aanstaande bruid.
Hakim lacht weer. Hij heeft net een Utrechtse van Marokkaanse afkomst leren kennen, vertelt hij dan. Het is een prille liefde maar misschien wordt dat wel wat. Ze studeert aan de universiteit, heeft haar eigen vrienden en familie en wat zeker is: ze is een vrouw die hem niet nodig heeft…

Henna Goudzand Nahar

Geplaatst inVrouwen en management