Menu Sluiten

Geparfumeurd

Op de Westermarkt in Amsterdam kreeg ik een weldadige lentelucht in mijn neus. Ze was fris als de regen van een zachte dag, gemengd met fuchsiarode azalea en gele voorjaarsmahonie. Ze leidde mij naar een jongedame van heel andere allure dan ik zelf. Ik durfde haar niet te vragen wat voor luchtje het was, maar zo wilde ik ook wel ruiken.
Lucht, luchtje het zijn namen voor wat je kunt ruiken en wat direct met ademhalen en leven te maken heeft. Niet gewoon leven maar leven gevuld met emoties. Luchtjes die herinneren aan de slaapkamer van je oma, van lang lang geleden, een wat weeïge geur van beddegoed en ramen die lang niet open zijn geweest. Even ben ik weer dat kind van toen. Of, waar ik mezelf ook wel eens op heb betrapt, dat ik zo nonchalant mogelijk dichtbij een man of vrouw ga staan, omdat zijn of haar geur mij totaal doet ontspannen. Zo’n geur is onbeschrijfelijk omdat hij nergens aan doet denken, de geur harmonieert met de geur van jezelf in een gelukzalige toestand.
Geuren zijn niet te vermijden: ze zijn lekker, aantrekkelijk, onweerstaanbaar, harmoniërend, kameraadschappelijk, afstotend, vies, of om te walgen zelfs. De geur van de reclame doet ons geloven dat dames met parfum op, wild, uitgesproken, ‘hard to get’ en o zo sensueel zijn. Die dames zijn bestemd voor mannen met parfum. En hoe zit dat met mensen zoals u en ik? Een vriendin van me kan geen geurwinkel voorbij lopen. De testers worden een voor een door haar zorvuldig geprobeerd. Het eerste kwartier ruik ik dapper mee. Euhm… bloemig of fruitig, of ben ik misschien meer van de zachte, houtige, muskusachtige, wat onbestemdere geuren? Voordat ik een antwoord gevonden heb, hang ik al in de touwen: te veel, te overdadig, een weinig onderscheidend en geurherinnerings- vermogen. Ik wíl ook helemaal niet wild, uitgesproken en ‘hard to get zijn’.
Toch werk ik sinds kort in een parfumfabriek. Creatieve neuzen mengen de genotsmiddelen tot een overweldigend parfum. Een lichte maar duidelijke parfumgeur hangt er dan ook bij ons in de hal. Mijn nieuwsgierigheid richt zich vooral op de onderdelen van een parfum en waar ze oorspronkelijk vandaan komen.
Hyacinth, cyclaam, azalea, framboos, aardbei en zwarte bes, cederhout wilgenbast, en berkenschors, ze hebben allemaal zo hun specifieke geur die zijn plek vindt in de echte parfums. Veel van deze geuren worden nog gehaald uit de met zorg gekweekte planten. Vaker worden de natuurlijk voorkomende geuren in de fabriek nagemaakt. Scheikundig onderzoekers maken samen met de parfumeurs nieuwe verbindingen om net weer een andere opwindende wending aan een parfum te geven dat, als het geslaagd is, vaak de naam krijgt van een grote ontwerper, bijvoorbeeld Dior.
Nog vaker dan voor het gebruik als lichaamsgeur wordt parfum toegevoegd aan huis- tuin- en keukenproducten. We vinden het in zeep, shampoo, bodylotion, schoonmaak- en wasmiddel. Meer en meer vindt parfum ook zijn weg in o.a. luchtverfrissers, cd’s en hygiënisch verband.
Geuren verbinden mensen, ze doen ons thuisvoelen. Misschien is dat ook de reden dat steeds meer mensen parfumachtige producten gebruiken. Men wenst hetzelfde of vergelijkbaar te ruiken als de persoon die bewonderd wordt of waar men bij wilt horen. Misschien kunnen we parfum gaan gebruiken als oorlogswapen. We nemen de geur aan van de vijanden en ze worden onze vrienden.

Etje Hulzebos

Geplaatst inVrouwen en management