Menu Sluiten

De emancipatiegraad van Marie-Louise Steins

‘Ik ben 52 en al 30 jaar actrice. Naast een Theo d’Or in 2000, de hoogste toneelonderscheiding van Nederland, heb ik nog twee nominaties gehad voor de beste bijrol en ik heb het theaterfestival gewonnen voor mijn rol in ‘Who is afraid of Virginia Woolf’. Een jaar geleden kreeg ik een prijs voor de beste kleine zaalproduktie van het Spuitheater in Den Haag.
Toneelspelen wilde ik al vanaf dat ik een kleuter was maar ik hield het niet voor mogelijk dat ik naar een toneelschool kon gaan. Dat paste niet in mijn denkkaders, in mijn milieu. Een vriendin haalde mij over om auditie te doen maar daarna schreef ik me ook in op de Academie voor Woord en Gebaar, een instituut voor de opleiding tot docent drama.Toen ik toch bleek te zijn aangenomen voor de toneelschool, was ik in de zevende hemel.

Marie-Louise Steins

Ik vind het opwindend om een ander te ontleden, om uit mezelf te stappen en een andere vrouw te worden. Ik vind het ook spannend om na te denken over een rol en mijn emoties eraan te geven. Ik wil heel graag mensen iets vertellen over een vrouwenleven. Ik wil dat mijn spel pijn doet en ontroert. Als het me lukt om dat te bereiken op het toneel, als ik ‘buiten het toneel’ kan groeien, dan ben ik erg gelukkig. Ik ben een emotionele speler: ik lever me helemaal uit aan een rol en word de vrouw die ik speel. Daarna ben ik uitgeput maar door de adrenaline kan ik weer alles en iedereen aan. In mijn vak ben ik erg gelukkig. Iedereen gun ik het dat hij of zij werk vindt waar die van houdt.
Mijn idolen in de theaterwereld zijn een vrouw en een man. Agaath Witteman, een regisseuse, is mijn idool. Ze voedde me intellectueel. Dirk Tanghe, een Belgische regisseur, vind ik een genie. Hij voedde mij emotioneel. Dirk zet simpele mensen op het toneel en is toch in staat mensen diep te raken.

Sinds 2 jaar ben ik weer freelancer. In mijn loopbaan ben ik af en toe verbonden geweest aan een theatergezelschap, maar ik heb ook veel gewerkt als freelancer. Het laatste houdt in de praktijk in dat ik om de zoveel weken loop te leuren met mezelf tot er werk uit komt. Ik heb nu al twee rollen voor de komende periode, namelijk die van moeder in de film over het boek  De gelukkige huisvrouw van Heleen van Royen en die van Joba in Karakter van Borderwijk. Op dit moment tour ik rond met een monoloog Amanda van Walter van den Broeck. Ook voor televisie ga ik wat doen. Ik ben o.a. gevraagd voor de rol van Beatrix in een televisieserie Prins Bernard. Voor de bioscoop heb ik kort geleden een filmrol afgerond in de film Schemer geschreven door Hanro Smitsman.
Voor een ouder wordende actrice liggen de rollen niet voor het oprapen. Je wordt gefixeerd in je leeftijd. Een rol in Romeo en Julia krijg ik niet meer. Ik zou niet willen dat mijn carrière nu al voorbij zou zijn. Tot mijn dood wil ik belangwekkend theater maken maar ik heb het niet voor het uitkiezen.
Mannen hebben het makkelijker. Zij mogen op het toneel een relatie hebben met een jongere actrice, maar ze krijgen ook een rol met als tegenspeelster een oudere vrouw. Een oudere actrice is een oudere actrice. Ik kan nog neuken en ruzie maken, ik sta nog midden in het leven, maar dat telt niet. Toen ik nog jong was, begon een oudere collega eens tegen me aan te praten over deze problematiek. Ze zei dat ik maar moest opletten wat er zou gebeuren als ik ouder was. Ik begreep wel wat ze zei, maar ik voelde het niet. Nu is het me allemaal wel duidelijk.

Ik heb een zoon van 19 jaar en twee dochters van 16 en 13 jaar. Ik wilde altijd al het toneel op, maar ook kinderen hebben. Het combineren van een baan als actrice en het moederschap is niet altijd makkelijk. Wat ik probeer te vermijden is dat ik én aan het repeteren ben én moet optreden. Dan ben je namelijk de hele dag van huis en dat vind ik niet kunnen met kinderen.
Toen mijn jongste nog in de luiers zat, ging mijn man weg. Na de scheiding was het moeilijker om werk en opvoeding met elkaar te combineren, hoewel ik daarvoor ook het grootste deel van zorgtaken had, samen met een au – pair. Maar na de scheiding lukte het me in eerste instantie niet om iemand te vinden die flexibel kon werken. Uiteindelijk kwam er wel iemand, maar ik was daar niet helemaal gelukkig mee.
Drie jaar heb ik alleen met de kinderen gewoond en toen ontmoette ik Jors, mijn huidige man. Na anderhalf jaar gingen we samenwonen. Het werd allemaal toen een stuk makkelijker. Als Jors geen verplichtingen of afspraken had ‘s avonds, dan zorgde hij voor de kinderen als ik moest werken. Anders kwam er een oppas. Nu speelt het allemaal een stuk minder. Mijn zoon woont al een tijdje helemaal bij zijn vader en de meisjes zijn al behoorlijk zelfstandig.
Zorgtaken uit handen geven heb ik altijd moeilijk gevonden. Als ik weg was, miste ik de kinderen. Ik heb de au – pair wel eens weg zien rijden met een kind voor in een zitje, een achter in een zitje en eentje in een draagzak op de buik. Dat vond ik erg moeilijk. Ze waren toen zo jong dat ik eigenlijk alleen maar met mijn neus tussen hen in had willen liggen maar ik moest wel werken om geld te verdienen.
Wat ik altijd heb gedaan vanaf dat ik moeder ben, is ‘s morgens om zeven uur mijn bed uitkomen, ook al lag ik er pas om 2 uur in na een optreden. Maar ik wil mijn kinderen ‘s morgens zien, met ze ontbijten en ze uitzwaaien. Toen ze nog op de basisschool zaten, bracht ik ze ook zelf naar school en, als mijn werk het toeliet, haalde ik ze ook op voor de lunch. Zelden ga ik daarna nog mijn bed in. Meestal haal ik maar meteen de boodschappen, ga wandelen met de hond en houd me bezig met het huishouden. De laatste tijd ruim ik ook wel tijd in voor de sportschool. Dat is wel nodig geworden. Mijn lichaam begint opeens uit te dijen.
Als ik ´s middags de bus instap voor een optreden, is alles in huis op orde en dan vind ik het ook niet moeilijk meer om weg te gaan. Sommige collega’s haten de busreizen, maar ik geniet er ondanks de files van. Het zigeunerbestaan past bij me. Daarbij komt nog dat ik zo houd van de magie van het theater, dat ik het er allemaal wel voor over heb.
Voor mijn omgeving ben ik er niet altijd als er een nieuw stuk zit aan te komen. Jors zegt dat ik de twee weken voor een première in een tunnel zit. Dat is waar. Ik zit dan in een fuik die alsmaar nauwer wordt naarmate de datum van de première nadert. Ik kan geen normaal gesprek meer voeren. Maar als eenmaal de première is geweest, dan ben ik er weer.

Je kunt mij het prototype noemen van iemand die altijd het gevoel heeft dat ze ergens in tekort schiet. Ik ervaar dat als vrouw – eigen maar het zal wel Marie – eigen zijn. In mijn eerste huwelijk ben ik ‘gaan liggen’ zoals mijn huidige man en ik het noemen. Ik ben van mijn eigen kracht afgedreven en liet me ondersneeuwen. Dat de vader van mijn kinderen uiteindelijk wegging, gaf me ook een schuldgevoel naar de kinderen toe. Ik had hem niet bij me  kunnen houden voor hen. Ik hield heel erg van hem, maar hij ging weg met een andere vrouw. Ik denk dat de scheiding het meest traumatische is geweest in mijn leven. Inmiddels ben ik er over heen, is de liefde ook voorbij en ik heb mijn droomman. Jors, mijn huidige echtgenoot, heeft eigenschappen in zich van alle belangrijke mannen uit mijn leven: van mijn vader, mijn broer en ook van mijn eerste man, maar hij is toch ook zichzelf.
Een intieme relatie die goed is, vind ik belangrijk. Daar zit voor mij humor in, goed kunnen praten en goede seks. Dat mijn man buiten de deur zou neuken, vind ik niet te verdragen.

Na de scheiding heb ik het meest voor de kinderen gezorgd. De kinderen waren van zaterdagochtend tot maandagochtend bij hun vader. De rest van de week had ik de zorg. Mijn huidige man heeft ook 3 kinderen uit zijn eerste huwelijk. Een tijd lang zijn we erg goed samen gegaan, hij met zijn kinderen en ik met de mijne. Maar sinds een paar jaar is alles anders. Vaders hebben in dit rechtssysteem heel weinig te vertellen over de omgang met hun kinderen, als zij en de moeder niet meer samen zijn. Dan hebben de moeders opeens alle macht en is de vader afhankelijk van de ‘goodwill’ van de moeder. Sinds kort begrijp ik de zogenaamde ‘dwaze’ vaders die alles uit de kast trekken om hun kinderen weer  te mogen zien.

Zorgtaken voor mijn inmiddels overleden ouders heb ik niet gehad. Mijn moeder was al een tijd aan het dementeren, maar mijn vader heeft dat voor zijn kinderen verborgen gehouden. Toen het niet meer houdbaar was, was mijn vader er fysiek zelf slecht aan toe. Mijn beide ouders kwamen in een verzorgingshuis terecht waar ze prima werden verpleegd. Ik ben blij dat ik mijn moeder toen in mijn armen kon sluiten en liedjes met haar kon zingen. Dat had niet gekund zonder de jarenlange therapie die ik tussen mijn dertigste en veertigste heb gehad. Ik had een moeizame relatie met mijn moeder. Ze was niet de moeder die ik me gewenst had. Ze was altijd jaloers op het feit dat ik actrice was. Het waren hoeren en homo’s die aan toneel deden, zei ze. In familieverband was ze overigens wel altijd de persoon die sketches opvoerde. Keer op keer had ze de behoefte om te zeggen dat ik het talent van haar had geërfd. Blijkbaar had mijn moeder ooit zelf het diepe verlangen gehad om op het toneel te staan. Wat erg pijnlijk was: kwam ze eens kijken naar een toneelstuk waarin ik speelde, dan gaf ze iedereen een compliment, behalve mij. Dat was, dat zie ik inmiddels, geen opzettelijke kwaadaardigheid maar onvermogen. Maar door intensieve therapie heb ik mijn moeder uiteindelijk kunnen accepteren zoals ze was en kon ik begrip voor haar opbrengen. Daar ben ik wel blij om want anders was ik altijd die ontevreden dochter gebleven.

Het feminisme heb ik niet van huis uit meegekregen. Mijn moeder was erg traditioneel. De meisjes moesten afwassen en de jongens mochten hun gang gaan. Als actrice begon ik bij ‘Sater’, een politiek theater, en daar heb ik het feminisme pas leren kennen. Daar viel alles wat ik dacht en voelde op het gebied van man – vrouw verhoudingen op zijn plek. Het was een zeer inspirerende tijd.
Mijn vrouw – zijn zet ik wel in als ik bijvoorbeeld door de politie wordt aangehouden. Dan vind ik het zonde om mijn geld te moeten besteden aan een boete. Maar ik ben me er intussen wel van bewust dat ik fysiek echt aan het veranderen ben. Flirten doe ik heel graag maar als ik in de spiegel kijk, dan zie ik een oudere vrouw al voel ik me nog wel vierendertig.

De afhankelijkheid die ik op een gegeven moment in mijn eerste huwelijk had, wil ik niet meer. Ik wil geven en nemen, maar mezelf steeds weer herpakken. Daar moet ik wel op letten wat ik heb een behaagzieke kant in me en een aanleg om symbiotisch te willen zijn al ben ik ook wel graag alleen. Het behaagzieke komt misschien wel door mijn vak. Maar je wordt er zwak en slap van, dus het is goed om alert te blijven. Beslissingen nemen die op kritiek stuiten durf ik wel maar eerst schijt ik in mijn broek. Jammer is dat ik soms zolang wacht met me te uiten dat ik niet meer tactisch kan zijn omdat de emoties bij mij intussen te hoog zijn opgelopen.

Ik ben nu al tien jaar samen met mijn tweede man. We hebben met z’n tweeën een huisje gekocht bij een meer in Italië. De komende jaren ben ik nog druk met de opvoeding van mijn 2 dochters. Maar over een aantal jaren zou ik best een deel van het jaar daar willen wonen en een deel in Nederland. Intussen wil ik wel blijven toneelspelen. Dat wil ik doen tot ik sterf.’

Marie-Louise Steins

Geplaatst in Seksualisering