Menu Sluiten

De zwarte randjes van het seksualiseringsdebat

Liesbet van Zoonen, jaren verbonden als hoogleraar Media en Populaire Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, vervult sinds 1 januari van dit jaar dezelfde functie aan de Loughborough University, Engeland. Van Zoonen is een internationaal erkende autoriteit op het gebied van gender, media en identiteit. Een van de discussies waar ze zich de afgelopen tijd in heeft gemengd, betreft het seksualiserings-debat. Hierover hadden we een gesprek met haar.

Liesbet van Zoonen

Wat speelt er rond het seksualiseringsdebat?
Het seksualiseringsdebat gaat de laatste tijd over de angst van ouders en opvoeders, maar ook van sociaal werkers en politici en nog wat andere mensen, over alle geseksualiseerde beelden die jongeren, en daarbij meisjes in het bijzonder, tegenkomen in de media. De angst die daarbij leeft, is dat meisjes, door wat ze zien in de media, een vertekend beeld van zichzelf zullen krijgen.

Om welk beeld gaat het?
Meisjes zouden het gevoel kunnen krijgen dat ze alleen waardevol zijn als ze zich als seksobject gedragen of er zo uit zien. Bij jongens zou er door de media een geheel vertekend beeld ontstaan van vrouwelijke seksualiteit. Grote boosdoeners hierin zijn volgens de bovengenoemde volwassenen de reclame, videoclips, films en televisie.

Hoe willen deze volwassenen dit probleem te lijf gaan?
Jongeren moeten volgens hen mediawijs worden gemaakt. Daartoe heeft minister Plasterk een Mediawijsheid Expertise Centrum opgericht*. In de meest recente Emancipatienota wordt de seksualisering als een van de grote problemen van de huidige cultuur aangewezen en het kabinet zegt daarin gedragscodes voor scholen en audiovisuele media te willen ontwikkelen

Hoe vindt dit debat plaats?
Met enige regelmaat ontstaat er een discussie over in de krant of in de politiek.

Wat is uw stelling in dit debat?
Ik vind dat er een hysterische toon in zit. In de jaren zeventig en tachtig had je namelijk hetzelfde debat onder feministen. Dat ging ook al over seksistische beelden en sexy beelden van vrouwen in reclames. Toen de videoclips opkwamen, zag je ook al schaars geklede vrouwen als versiersel. Denk bijvoorbeeld aan Bryan Ferry. In zijn clips lagen ook al halfnaakte vrouwen om hem heen te kronkelen. Dat debat werd toen intensief onder feministen gevoerd, maar daarbuiten vonden velen het onzinnig. Men bestempelde het als preuts en her en der werd de opmerking gemaakt dat sommige feministen deze kritiek ventileerden omdat ze zelf lelijk waren. Wat opvalt: dat debat heeft nooit een publieke status gekregen, het huidige heeft dat wel.

Waarom heeft het huidige debat wel een maatschappelijk status?
Volgens mij zijn er twee redenen voor. Ten eerste past het goed in de conservatief – christelijke normen- en waardenagenda van het  huidige kabinet. Ten tweede, en dat zijn de zwarte randjes van het seksualiseringsdebat, wordt het anders ervaren omdat veel van die seksualisering nu ook uitgedragen wordt door zwarte mannen en vrouwen. Daarmee speelt het in op de witte angst voor zwarte seksualisering. Deze angst is er altijd geweest: de angst dat zwarte seksualiteit niet te beteugelen is. Daarom heeft dit debat wat mij betreft ook een racistische ondertoon. Daar heb ik overigens samen met Linda Duits een kritisch stuk over geschreven in het blad Socialisme en Democratie.

Kunt u zich nader verklaren?
Vroeger heetten mannen die vrouwen seksueel uitbuiten, pooiers. Nu heten ze opeens loverboys en volgens veel krantenberichten zijn het vooral Marokkaanse jongens die onder deze groep vallen. Daarmee lijkt het alsof Marokkaanse jongens een heel nieuw verschijnsel in het leven hebben geroepen en dat dit weer helemaal samenhangt met de problemen die Marokkaanse jongens veroorzaken in dit land. Maar pooierschap heeft altijd al bestaan en de witte pooiers deden in het verleden precies dezelfde dingen als de huidige loverboys. Maar daar gaat het debat helemaal niet over. Het gaat er opeens over dat Marokkaanse jongens kwetsbare meisjes verleiden. De discussie zou erover moeten gaan dat mannen, of het nou Marokkanen, witte Nederlanders of Surinamers zijn, kwetsbare meisjes misbruiken.
Ik ben overigens niet de enige die dit aangeeft. Het Willem Pompe Instituut heeft hier ook al op gewezen.

‘Wat zijn die zwarte mensen toch lichamelijk!’ Cartoon door John Prop

Gebeurt deze stereotypering op meerdere fronten?
Zeker. Kijk bijvoorbeeld naar de roman ‘Alleen maar nette mensen’ van de auteur Robert Vuisje. Er ontstond een tijdje geleden een discussie over deze roman waarin een hoofdfiguur in de weer is met zijn seksuele fantasieën over zwarte vrouwen. Sommige mensen zeiden dat de roman ontsproten was aan de fantasie van de auteur en dat dit hoort tot zijn literaire vrijheid. Opvallend was dat deze uitspraak vooral door witte mensen werd gedaan. Daarnaast was er een groep zwarte vrouwen die moeite had met de stereotypen over zwarte vrouwen in het boek, en die het gevoel had tientallen jaren terug te zijn geworpen in de strijd. Wat mij opviel: deze groep zwarte vrouwen was wel aan het woord in de media maar werd als een soort belangengroepje gezien. Hieruit zou je kunnen concluderen dat seksuele stereotypen acceptabel zijn als ze maar door een witte meerderheid worden gemaakt. Dan ervaart men ze niet als erg aanstootgevend.

Is deze conclusie wel gerechtvaardigd?
Kijk bijvoorbeeld met dezelfde blik naar de videoclip ‘Candyshop‘ van de zanger 50 Cent. In deze clip komt hij in een bordeelachtige setting waarin jonge zwarte vrouwen ‘all over the place’ zijn en zich seksueel beschikbaar opstellen. De hoofdfiguur geniet hiervan. Maar als de clip eindigt, blijkt hij alles te hebben beleefd in zijn fantasie. Hij wordt namelijk wakker gemaakt door een vrouw bij een drive-inn hamburgertent die zegt: ‘Schiet je nou toch eens op, slome duikelaar, of blijf je de hele avond hier slapen?’
In zowel het boek van Vuisje als in de clip van 50 Cent, twee cultuuruitingen, zie je dezelfde fantasie over zwarte vrouwen. Maar het boek van Vuisje komt terecht in het literaire debat en wint een belangrijke literaire prijs. De videoclip van de zanger 50 Cent komt terecht bij de ‘trash’ en wordt onderdeel van de emancipatienota waarin staat dat vrouwen slachtoffer worden van deze beeldvorming. Dit is dus wat ik een bizar soort redenering vind. Op Vuisje moet Plasterk afgaan en zeggen: ‘Waar ben jij mee bezig? Ik, als minister, schrijf net een emancipatienota waarin staat dat meisjes en vrouwen seksueel weerbaarder moeten worden en jij als literaire auteur komt intussen met zo’n boek.’ Maar dat doet Plasterk niet. Als het even kan, reikt hij de schrijver, bij wijze van spreken, nog zelf de literaire prijs uit.

Welke verklaring heeft u hiervoor?
Als een cultuuruiting als witte, hoge cultuur gezien wordt, dan kun je erover spreken. Als het zwarte, populaire cultuur is, dan komt er onmiddellijk een verbod op en wordt het in een verdomhoekje geplaatst. Maar de schrijver Vuisje en de zanger 50 Cent delen dezelfde fantasie, die ze elk op hun eigen manier vorm geven. Ze zijn allebei onderdeel van het seksistische, racistische discours.

Wat is er dan aan de hand in de samenleving?
Je zou kunnen stellen dat er sprake is van een morele paniek. En dit hangt erg samen met een samenleving waarin voortdurend de verhoudingen veranderen en waar je nou nooit helemaal zeker weet wat veilig is en wat een risico is. Allerlei filosofen en sociologen zeggen dat we in een risicomaatschappij leven en dat dit met name voor hedendaagse ouders een heel ingewikkelde situatie is. Kinderen wil je in vrijheid en zelfstandigheid laten opgroeien maar voor je gevoel zijn er zoveel morele gevaren voor die kinderen (en dat wordt ook gevoed door de morele paniek) dat je als ouder nooit weet of je ze wel genoeg beschermt. Het is dus een situatie in onbalans waarin dit debat gevoerd wordt: een risicovolle samenleving, onzorgvuldige berichtgeving en het niet erkennen van de ware risico’s.

Wat roept dit dan weer op?
Allerlei angsten die met multi – culturaliteit te maken hebben. Die komen hard binnen en die zorgen ervoor dat een blanke ouder van wie de dochter met een zwart vriendje naar huis komt, meteen de angst heeft dat het vriendje een loverboy zou kunnen zijn. Zowel door wetenschappers als door anderen wordt er namelijk op een tendentieuze manier over deze problematiek gerapporteerd. Zij suggereren dat dit soort risico’s, die er zeker zijn, gelden voor alle meisjes. Terwijl uit alle goede onderzoeken blijkt dat het mentaal of sociaal verwaarloosde meisjes zijn die of door loverboys gepakt worden of door internetstalkers en kinderlokkers. De mannen die  hiermee bezig zijn, weten feilloos welke meisjes verwaarloosd zijn. Deze meisjes komen uit gezinnen waar de ouder(s) niet goed voor de kinderen kan/kunnen zorgen.  Van deze mannen krijgen deze meisjes voor het eerst echt aandacht. De andere groep meisjes die dit kan overkomen zijn meisjes met een mentale stoornis. De grap is overigens dat grote groep ouders die zich druk loopt te maken over het fenomeen loverboys en bang is dat hun dochters ten prooi vallen aan deze mannen, ouders zijn die hun dochters zelf netjes en betrokken opvoeden. Hun kinderen lopen het minste risico.

Wat stoort u vooral in dit hele debat en de gang van zaken?
Minister Plasterk heeft in dit Mediawijsheid Expertise Centrum een paar miljoen euro gestopt, dit terwijl de jeugdzorg te kampen heeft met een tekort aan geld. Het is misschien een druppel op een gloeiende plaat als het geld van het Expertise Centrum daarheen was gegaan, maar ik vind het centrum een belachelijk instituut. Zo ontstaat een industrie van zichzelf helpende groepen: politici geven geld aan wetenschappers voor onderzoek. De bevolking denkt hiermee dat er iets gebeurt rond een issue dat als ernstig wordt ervaren. Intussen liggen de problemen op een ander vlak. Maar voor het jeugdwerk gaat de hand op de knip.

Wat zou er dan moeten gebeuren?
Om te beginnen moet dat debat over seksualisering maar eens ophouden. Niet voor niets pleitte Boris van der Ham, kamerllid voor D66, ervoor dat het kabinet zijn excuus aan de Nederlandse jeugd aanbiedt vanwege paniekzaaierij over zogenaamd losgeslagen jeugd. Ten tweede moet dat Media Expertise Centrum meteen weer dicht, tenzij Plasterk het de opdracht geeft uitsluitend en alleen te werken voor jongeren die sociaal risico lopen, en dat betekent bijvoorbeeld dat je geen krantje gaat uitgeven omdat die groep zelden leest. Als dat je uitgangspunt is, dan moet je op basis van de deskundigheid van de Jeugdzorg vaststellen of er wel zo’n media-agenda nodig is, of dat de prioriteiten voor deze groep heel anders liggen. Die witte middenklasse redt zich heus wel.

Opgetekend door Henna Goudzand Nahar

Beeld: Anita Zwart

Op de site van het Mediawijsheid Expertise Centrum staat geschreven: ‘Oude en nieuwe media spelen een steeds belangrijker rol in onze samenleving. Media zijn overal en hun maatschappelijke impact is groot. In 2005 is door de Raad voor Cultuur daarom de term ‘mediawijsheid’ in het leven geroepen. Dit begrip houdt in dat we in staat zijn om oude (televisie, radio, pers) en nieuwe media (internettoepassingen, sms) te gebruiken en dat we een gezonde mentaliteit ten opzichte van deze media hebben, waarbij we ons bewust zijn van de mogelijkheden en van de context van informatie. Verschillende organisaties zijn afzonderlijk van elkaar al geruime tijd bezig om Nederland mediabewuster te maken. Om al deze krachten en kennis te bundelen is er een netwerkorganisatie en bijbehorend expertisecentrum opgericht.’

Geplaatst inSeksualisering