Menu Sluiten

Bezeten van werk

Ik heb het in jaren niet zo druk gehad. Geen drie, vier of vijf dagen, maar zeven dagen per week ben ik actief. Ik link, ik mail, ik schrijf. Heb netwerkafspraken, verzamel informatie over organisaties, bel over banen en tijdelijke projecten en bedenk originele ingangen binnen virtuele communities. Via e-mail voed ik mij met een constante stroom vacatures passend bij mijn zorgvuldig gecreëerde zoekprofiel op diverse banensites.


(Van) veel (markten) thuis

‘s Ochtends ben ik klantadviseur, ‘s middags communicatiespecialist en ‘s avonds doe ik mij voor als editor of taaltrainer. Ik doe kortom een intensief beroep op al mijn kwaliteiten. Geeft het voldoening? Nee. Alle tijd van de wereld en ik heb me nog nooit zo opgejaagd gevoeld. Vastgezogen zitten aan de pc wissel ik af met lezen van klassiekers en boeken als Solliciteren. Hoe doe je dat?, Netwerken werkt en Freelancen voor dummies. Ik school me bij en tast nieuwe horizons af. Regelmatig verplaats ik me naar een andere kamer in huis. Of ga naar buiten voor een frisse blik. Met ingebeelde collega’s en externe werkcontacten voer ik soms al wandelend dialogen. Alles om klaar te zijn voor het moment waar het op aankomt: een sollicitatiegesprek.

Opstaan en doorgaan
De klap kwam hard aan. Ontslag wegens financiële problemen bij mijn werkgever. Rouw maakte langzaam plaats voor geestelijke rust. Ik gunde mijzelf een langdurig bad in een zee van mogelijkheden. Op iemand met veel ervaring en inzet is er altijd een plek op de arbeidsmarkt, ook in mindere tijden. Dat de vriendelijke werkcoach bij het intakegesprek door liet schemeren dat het UWV ervan uitgaat dat hoogopgeleiden het wel redden, vond ik niet vreemd. Verontrustend vond ik wel dat ik enige tijd geleden van dezelfde instantie een bericht ontving dat ik mij om kon laten scholen tot buschauffeur op een luchthaven. Als er iets is waar ik niet over beschik zijn het stuurmanskunsten. Manoeuvreren met onze stationcar lukt me net.
Afwijzingen op mooi gecomponeerde brieven op functies die perfect matchen met mijn profiel dreunen nog enkele dagen na. Nabellen leert dat ik te veel of te weinig ervaring heb, net de juiste context ontbeer of simpelweg dat er veel concurrentie is. Dat ik te oud ben of te ver weg woon, hoor ik nooit. Niet getreurd. Tenslotte kan ik altijd een beroep doen op een interne coach, opdrachtgever en leidinggevende die tegen de uitvoerder en op tactisch niveau opererende senior in mij zegt: Vertrouw op je kern en … Houd vol!

Ik hoor er niet meer bij
Mijn laatste sollicitatiegesprek? Twee maanden geleden. De ondervragende dertiger en mogelijk toekomstige baas had duidelijk moeite met de vrouw van midden veertig die tegenover hem zat. Mijn meest recente wapenfeit? Een stagedag. Op kekke laarsje stapte ik vroeg in de ochtend in de forenzentrein. Gearriveerd op het station kreeg ik een lunchbox aangereikt van het promotieteam Maak je sterk voor fruit op je werk! De appel uit de box heb ik op de terugweg in rap tempo weggegeten. Om iets kwijt te raken, inderdaad. De hele dag had ik de werkende mens in al zijn facetten geobserveerd. Rennen naar de tram, praatje maken bij het koffieapparaat, werken aan een specifieke taak, vergaderen met het team, samen lunchen… De dynamiek, het ritme en de structuur die ik al een flinke tijd in mijn eentje had nagebootst bleken van een andere orde. Ik verlangde hevig naar de volgende bijeenkomst van de cursus waar ik kort geleden aan ben begonnen. Daar hoor ik er wel bij. Thuis wachtte mij een brief met ‘’tot onze spijt’. Toch nog maar eens mijn 200 woorden tellende elevator speech voor de spiegel oefenen? Bij wijze van zelfkastijding.

(Dis)balans
Enig decorumverlies begint zich af te tekenen. Mijn werkoutfit hangt gestreken in de kast, mijn leren A4-tas ligt ergens in een hoek. Het aanrecht is een zootje. Gevraagd naar mijn situatie zeg ik op het schoolplein allang niet meer dat ik ‘met sabbatical’ ben. Ik noem het beestje bij de naam. Als anderen zich daar ongemakkelijk bij voelen, jammer. Positief bedoelde opmerkingen dat ik nu meer tijd heb voor mezelf en mijn gezin beantwoord ik inwendig. Een goed-genoeg-moeder was ik al. Aan een optimale balans tussen werken en zorgen is jaren gesleuteld. En uiteindelijk met succes. Haal je één ingrediënt weg, de baan van de vrouw bijvoorbeeld, en disbalans is het gevolg. Hoe lang laat ik mijn kinderen nog overblijven en naar de naschoolse opvang gaan? Het gebrek aan deadlines en zicht op een baan maakt dat ik mezelf wel eens afvraag of ik niet eigenlijk huisvrouw ben in plaats van de eufemistische ‘zelfstandige zonder personeel met ruimte voor opdrachten’.

Moeder
Onlangs kwam mij een tafereel voor de geest met mijn moeder in de hoofdrol. Begin jaren zestig werd zij ontslagen. Reden: huwelijk. Ze heeft nooit meer betaald werk gehad. Rond haar veertigste liep ze een keer gehuld in een overall woest door de tuin, met verfkwast en verfpot, na het witten van een muur. ‘Jullie doen nooit wat thuis.’ Met ‘jullie’ bedoelde ze ongetwijfeld mijn vader die er op dat moment niet was. Van de toevoeging, ”Ik ga naar het vrouwenhuis”, begreep ik als tiener de portee niet helemaal, maar voor mij stond vanaf dat moment een ding vast: Ik zorg er wel voor dat ik buitenshuis werk krijg.
Ruim dertig jaar later, na universitaire studie en twintig jaar werken zit ik thuis. In een levensfase waarin ik had verwacht mijn loopbaan een flinke impuls te kunnen geven. Toen ik vorige week weer een keer kribbig de dampende borden op tafel zette, beet mijn oudste dochter mij toe: ‘Ga liever een potje janken, mam. Wij kunnen het niet helpen dat jij een werkloze moeder bent.’ Met nog zeker twintig werkjaren voor de boeg kan ik misschien maar beter eerst de crisis, de persoonlijke en de economische, uitzitten. Sta stil bij wat is … en Ontspan!

Tekst: Margje Cats
Beeld: Flori Bets

Geplaatst inHuiselijk geweld