Menu Sluiten

Afkomst en gewicht

Meer dan de helft van volwassen niet-westerse allochtonen lijdt in Nederland aan overgewicht. Mary Nicolaou doet al jaren onderzoek naar eetgewoonten bij minderheden en hun perceptie van overgewicht. In haar onderzoeksgroepen van de afgelopen jaren zaten Turken, Marokkanen en Surinamers. Nicolaou, werkzaam aan het Academisch Medisch Centrum (AMC), te Amsterdam, heeft zich hiernaast beziggehouden met vraagstukken rond de invloed van migratie op het gewicht.

Er blijkt wereldwijd een verschil te zijn tussen het lichaamsgewicht op het platteland en in de stad. Welk verschil is dat en wat is daarvan de oorzaak?

Over het algemeen zijn stedelingen gemiddeld zwaarder dan hun landgenoten die op het platteland wonen. Dit verschil is vooral waarneembaar in landen die minder economisch ontwikkeld zijn. In westerse landen zie je vaak een tegenovergestelde trend, bijvoorbeeld: het percentage dikke Amsterdammers is lager dan het landelijke gemiddelde.
Het verschil tussen platteland en stad is grotendeels te verklaren door omgevings- en leefstijlfactoren. De beschikbaarheid van openbaar vervoer en andere gemotoriseerde vervoersmiddelen (roltrap, lift, auto’s) en de ruime aanwezigheid van veel, vet en zoet eten creëren een obesogene omgeving, zoals dat heet. Daarnaast spelen andere aspecten een rol, zoals het gevoel van onveiligheid op straat, de kosten van sporten en gezonde voeding en het gehaaste moderne leven. Die leiden tot een onbalans tussen eten en bewegen. We eten te veel en bewegen te weinig en het gevolg is overgewicht.

Wat kunt u in het algemeen stellen over de eetgewoonten bij minderheden in Nederland en hun perceptie op overgewicht?

Etnische minderheden hebben duidelijk andere eetgewoontes dan autochtone Nederlanders. Vaak hebben de etnische minderheden in Nederland een uitgebreide eetcultuur waarin het traditionele eten centraal staat, binnen de familiekring en als een uiting van gastvrijheid. Daarnaast is het een rijke eetcultuur, waar men trots op is. Die eetcultuur maakt een belangrijk deel uit van de identiteit en wordt moeilijk opgegeven, ook door jongeren van de tweede generatie.
Dit alles wil niet zeggen dat het eten van etnische minderheden op zich minder gezond is, of dikmakend is. Wel kan het zijn dat de sociale omgeving het makkelijk maakt om te veel te eten: het lekkere eten is steeds aanwezig en het is moeilijk het te weerstaan. Bovendien kan het onbeleefd overkomen tegenover de gastvrouw wanneer je aangeboden voedsel weigert.

Wat betreft de perceptie van gewicht: dat ligt ingewikkeld. Bij veel traditionele samenlevingen worden grotere, dikkere figuren gewaardeerd. Die worden gezien als rijk, gezond en, in het geval van vrouwen, vruchtbaar. In veel culturen is het dikker worden na het huwelijk een teken van goede zorg. Het afvallen is juist een teken van ongeluk en, nog erger, van ernstige ziektes zoals HIV. Dit is begrijpelijk in een omgeving waar de meerderheid van de bevolking juist moeite heeft om genoeg te eten of gezond te blijven. Maar minder begrijpelijk is het in de obesogene omgeving van landen zoals Nederland. Er zijn aanwijzingen dat de eerste generatie migranten aan de traditionele waarden wat betreft gewicht vasthoudt, maar tegelijkertijd lijkt het dat er een verschuiving in opvattingen onder jongere en hogere opgeleide migranten plaats vindt. Het zou kunnen dat jongeren Nederlandse normen overnemen, maar het is ook een trend dat door de modernisering wereldwijd de tradities aan het veranderen zijn. Het besef dat overgewicht kwalijk is voor de gezondheid speelt hierin een rol.
Wat het ingewikkeld maakt is de trend dat het gewicht van de gehele bevolking toeneemt. We worden met z’n allen steeds dikker en dus is ons referentiekader ook aan het verschuiven. Het is menselijk om jezelf met anderen te vergelijken. Waarom zou je moeite doen om op gewicht te blijven, of om af te vallen als je in je eigen omgeving nog ‘gemiddeld’ bent? Het helpt ook niet dat kledingmaten met de bevolking mee zijn gegroeid, een maat 40 in 2010 is aanzienlijk groter dan een maat 40 van 20 jaar geleden, zo merk je het niet eens dat je dikker wordt.

De ontwikkeling van het gewicht van migranten in Europa lijkt voorspelbaar, als je kijkt naar het land van herkomst. Welke wetmatigheden gelden daarvoor?

De huidige trend is dat we allemaal dikker worden, ongeacht afkomst of etniciteit. Toch lijkt het alsof dit probleem groter is onder migranten. Naast leefstijlfactoren zijn socio-economische en omgevingsfactoren van belang. Het is zo dat mensen van niet-westerse afkomst vaker een lagere socio-economisch positie hebben. Een lagere opleiding betekent minder kennis over gezondheid. Minder inkomen beperkt de mogelijkheden om gezonde voeding te kopen of te kunnen sporten. Armere wijken zijn vaker onveilig. Zo zijn er talloze redenen te bedenken waarom het juist bij deze groep een probleem is.

Bij welke groep is er meer overgewicht: bij allochtone mannen of vrouwen? En is er daarbij een verschil hoe de twee groepen daarmee omgaan?

Interessant genoeg hebben mannen vaker overgewicht dan vrouwen, maar meer vrouwen dan mannen hebben obesitas (ernstig overgewicht).
In onderzoek onder Turkse en Marokkaanse mannen en vrouwen zagen we dat de grootste meerderheid van mannen zich niet bewust is van het eigen overgewicht en ook vaker tevreden is met de huidige lichaamsvorm. Vrouwen, daarentegen, willen vaker slanker zijn en zijn ook beter in het inschatten van hun eigen (over)gewicht.
Dit beeld komt overeen met vergelijkbaar onderzoek bij andere bevolkingsgroepen, ook bij blanke, westerse groepen. Turken en Marokkanen vormen dus geen uitzondering. Vrouwen zijn kritischer en sneller ontevreden over hun lichaam.
Onderzoek bij Surinaamse Nederlanders laat een vergelijkbaar beeld zien. Bij dit laatste onderzoek hebben we ook gekeken naar autochtone Nederlanders. We vonden dat de Nederlanders iets beter waren in het inschatten van hun eigen (over)gewicht. Maar al zagen ze dat ze te dik waren, ze zeiden vaker niets te doen om af te vallen. De Surinamers, daarentegen, zeiden vaker dat ze bezig waren om af te vallen. Of mensen ook echt doen wat ze zeggen, blijft een interessante vraag.

In hoeverre speelt anorexia een rol in allochtone groepen?

Anorexia is een zeldzame aandoening die vaker voorkomt in westerse bevolkingsgroepen. Men denkt dat het westerse ideaal van een slank vrouwenlichaam daarvoor de reden is. Wanneer je hiervan uitgaat zou het kunnen betekenen dat anorexia ook vaker een probleem wordt onder niet-westerse migranten die in een westerse omgeving leven. Er is weinig onderzoek gedaan naar anorexia onder allochtone meisjes in Nederland. Onderzoek in het buitenland laat echter een genuanceerd beeld zien: anorexia is veel meer dan een wens om slank te zijn, er zit vaak een ingewikkelde pathologie achter.

Overgewicht kan niet alleen leiden tot diabetes en hartklachten maar ook tot kanker. Wat is er bekend over het laatste?

Talloze onderzoeken hebben een verband aangetoond tussen overgewicht en borst- en dikke darmkankers. We zijn er nog niet uit over wat de precieze redenen hiervoor zijn. In het geval van borstkanker zou een verandering in hormonen een rol spelen. Zo worden bijvoorbeeld vrouwelijke geslachtshormonen ook door vetweefsel aangemaakt. Hoe meer lichaamsvet, hoe meer van deze hormonen geproduceerd worden, en een teveel daarvan lijkt schadelijk te zijn.

Zouden voorlichtingscampagnes tegen overgewicht anders moeten zijn als het om allochtone of autochtone groepen gaat? Zo ja, waarom en wat moet dan anders?

Om te voorkomen dat we te dik worden, of om af te vallen moeten we allemaal meer bewegen en minder eten. Deze boodschap is universeel. Echter de manier waarin deze boodschap overgebracht wordt, zou moeten aansluiten bij hoe mensen leven: bij wat, hoe, waar en met wie ze eten, bij hun mogelijkheden wat betreft fysieke activiteit, bij hun leefomgeving, hun niveau van kennis, enzovoort.
Een Surinaamse Nederlander heeft bijvoorbeeld behoefte aan informatie hoe belangrijk witte rijst voor de gezondheid is, en minder over het aantal sneetjes brood dat hij of zij per dag mag eten. Een gesluierde Marokkaanse vrouw zou graag meer willen weten over de mogelijkheid om te sporten in een omgeving zonder mannen erbij. Een Hindostaanse Nederlander zou misschien meer interesse tonen in yoga als lichamelijk activiteit.
Al met al is het dus van belang dat er bij voorlichtingscampagnes goed nagedacht wordt over de manier waarop de doelgroep kan worden bereikt.

Tekst: Mary Nicolaou
Beeld 1 en 2: Anne Tijn

Geplaatst in Overgewicht en ondergewicht