Menu Sluiten

Susanne Piët: een middenklasse leidt tot verweekte cultuur onder vrouwen

´Historisch gezien is er een moment in de Westerse cultuur waarop vrouwen de arbeidsmarkt gingen betreden. Tijdens de oorlog is er een dramatische verandering gekomen in het vaste rollenpatroon dat mannen altijd buiten werkten en vrouwen thuisbleven met de kinderen. Mannen moesten opeens naar het front en vrouwen trokken noodgedwongen de industrieën in. Maar vrouwen gingen vervolgens op de arbeidsmarkt ook aanvankelijk voortzetten wat ze eigenlijk al deden in het dagelijkse leven, namelijk het verzorgen en dienen van anderen. Toen vrouwen op een zeker moment hun vleugels wilden uitslaan naar de echte mannenwereld als de politie en de brandweer werd daar een stokje voor gestoken. De mannen zagen het als hun wereld. Dat gold ook voor raden van commissarissen en directies van grote bedrijven. Die hadden hun eigen wereldje met hun eigen mannencultuur zoals hun eigen mannengrappen die vaak niet vrouw-vriendelijk waren. Dat speelt nog steeds wel een rol, maar vrouwen zijn intussen cultureel wat opener geworden voor die mannenwereld, wat omgekeerd ook geldt voor mannen voor de vrouwenwereld. De twee culturen bestaan dus nog wel en in sommige kringen wordt de mannenwereld ook nog goed beschermd en gekoesterd, bijvoorbeeld in de wereld van managers. Wat ik nog heb meegemaakt in de jaren tachtig is dat men bij de brandweer wettelijk vrouwen moest toelaten, maar vervolgens ging eisen dat kandidaten de militaire dienstplicht hadden vervuld.
Deze werelden zijn inmiddels wel meer toegankelijk maar wat je wel ziet is dat vrouwen zich daar vaak nog mannelijk moeten gedragen als ze zich willen handhaven. Er wordt o.a. van ze verwacht dat ze stoer zijn.

Interessant is natuurlijk de vraag waarom zo´n mannenwereld bestaat? Het creëren van een eigen wereld biedt bescherming van de eigenwaarde. Vrouwen hebben mannen, behalve dan voor de voortplanting, strikt genomen steeds minder nodig. Daarom hebben mannen al van oudsher zaken verzonnen om hun positie te beschermen. De hele organisatie van oorlog, de burgerlijke samenleving, van de politiek is allemaal een ´mannending´. Ik denk dat dit zo is gekomen omdat mannen nooit zeker weten van wie het kind is dat een vrouw draagt. Dit is een enorme bedreiging. Toen de mensen nog in stammen leefden was het ook een taboe dat vrouwen buiten de stam gingen. Zo probeerden mannen hun voortplanting te beschermen. Om deze reden zijn ook stam- en landsgrenzen gemaakt.

Niet in de hele wereld is er overigens zo´n strikte scheiding tussen mannen- en vrouwenberoepen geweest als we dat hebben gekend in het westen. Kijk je naar Afrika en Azië maar ook naar Oost Europa dan zie je dat vrouwen al heel lang in de industrie werken en in de agrarische sector. (Het laatste geldt overigens ook voor Europa). De leeftijdsverwachting in deze gebieden is lager dan hier waardoor iedereen een rol moet spelen in het productieproces.
In sommige Aziatische en Afrikaanse culturen zijn vrouwen steviger en sterker dan mannen. Het zijn de vrouwen die actief zijn in het arbeidsproces terwijl ze toch ook kinderen krijgen die ze zelf opvoeden. Maar het zijn vrouwen die niet zitten te zaniken en zeiken. Ze gaan altijd maar door. In onze blanke West-Europese cultuur, en dan vooral in de middenstand, kun je het je permitteren om te zeuren over van alles, bijvoorbeeld dat de trein te laat is of dat de man niet genoeg doet in het huishouden. Dat zie je overigens overal waar er een middenklasse ontstaat. Ook op de Nederlandse Antillen bijvoorbeeld zag ik dat. Waar je een middenklasse krijgt, ontstaat een verweekte cultuur onder vrouwen d.w.z. dat er een klasse van vrouwen ontstaat die veelal niet meer van aanpakken weet.

Als vrouwen een machtspositie krijgen dan zijn ze overigens niet anders dan mannen. Ook zij gaan hun positie beschermen. Plaats je mannen in de rol van verzorger dan komt hun zachte kant naar boven. We hebben als man en vrouw van alles in huis en afhankelijk van onze positie komt het ene naar boven of het andere.´

Tekst: Susanne Piët
Beeld 1: Anne Tjin

Susanne Piët is directeur van een adviesbureau voor communicatiestrategie en belevingsvraagstukken. Zij had ruim zes jaar een rubriek in Opzij. Haar boek Wapenrok, een van de 20 boeken die zij schreef, komt hieruit voort. Zij coacht ruim 25 jaar vrouwen (en mannen) uit bedrijfsleven, organisaties en overheid en beheert in Wapenveld een landgoed.

Geplaatst in Vrouwen in traditioneel mannenberoepen