Menu Sluiten

Vrouwelijke monteur in Nederland

‘Vroeger sleutelde ik veel aan brommers met mijn twee jongere broers. Dat deed ik al toen ik een jaar of twaalf was. We kochten oude brommers en knapten ze op. Daarna gingen we op ze rijden. We mochten uiteraard niet op de openbare weg, maar dat was geen probleem. We woonden in Noord-Holland tegen de duinrand aan, bij het bollenland, en daar was er een eigen weg waar we op konden crossen.
Na het vmbo ging ik naar het mbo om te leren voor autotechnicus. Deze belangstelling had ik niet van huis uit. Mijn moeder is keramiste en mijn vader is voorman bij een schoonmaakbedrijf. Maar beiden vonden mijn beroepskeuze prima.
Op school was ik het enige meisje. Moeite om me met de jongens te mengen had ik niet. In de pauze praatte ik lekker mee. Ik was het gewend om neutraal om te gaan met jongens ook al val ik op ze. Ik kreeg als enig meisje wel alle aandacht van ze. In het gebouw waar autotechniek zat, was ook een kappersopleiding. De meisjes van deze opleiding keken me wel eens vreemd aan, maar er is nooit wat gezegd. Behoefte om ze op te zoeken had ik ook niet. Ik maak makkelijk vrienden, al heb ik ook een aantal goede vriendinnen.

Nu werk ik al een paar jaar in een garage en ook daar ben ik weer de enige vrouw. We zijn met z’n vieren en één daarvan is de baas. Sommige klanten lopen langs me heen en gaan liever naar een mannelijke collega. Bij andere klanten merk ik dat ik me moet bewijzen. Van mij mogen al deze klanten gerust naar een mannelijk collega gaan. Aan de andere kant zijn er ook mensen die speciaal naar mij toekomen. Het is wel eens gebeurd dat een vrouw zei dat ze net als ik voor dit beroep zou hebben gekozen als het vroeger had gekund. Als ik de balans opmaak, kan ik zeggen dat ik tot nog toe meer positieve dan negatieve reacties heb gekregen. Men vindt het stoer dat ik, als vrouw, voor dit beroep heb gekozen en dat ik me in een werkkring met alleen mannen staande kan houden.’

Tekst: Maartje Laroo

Geplaatst inVrouwen in traditioneel mannenberoepen