Menu Sluiten

SBS

PhotoCLEC team in het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek, 10-5-2011

Dit is een wetenschapscolumn. In OER bericht ik over mijn ervaringen aan de Vrije Universiteit in een drietal internationale onderzoeksprojecten. Allemaal hebben ze iets te maken met het koloniale verleden. De eerste column ging over “PhotoCLEC”. Dat project ligt goed op stoom. Begin mei was het hele Engels/Noors/Nederlandse onderzoeksteam bijeen in Nederland. We spraken in het Indisch Herinneringscentrum in Bronbeek over de wijze waarop foto’s daar het verhaal van de Indische geschiedenis ondersteunen. En in het Tropenmuseum besprak Anke Bangma, de conservator moderne kunst, koloniale fotografie als uitgangspunt voor hedendaagse kunst. Als voorbeeld diende het werk Woman to go van Mathilde ter Heijne uit 2005. Het bestaat uit een groot aantal portretfoto’s van over de hele wereld; vaak koloniale studioportretten van vrouwen over wie we niets weten. Ze zijn als ansichtkaarten geplaatst in een rek. Achter op elke kaart staat het levensverhaal van een heel andere vrouw. Zo wil zij de anonimiteit van vrouwen in de geschiedenis en de stereotypering in (koloniale) foto’s ter discussie stellen.

Die invalshoek van ‘parallelle levens’ en beeldvormingsprocessen sluit goed aan bij het onderzoek dat ik in deze tweede column in OER wil presenteren, getiteld “SBS”. Voluit staat dat voor Sites, Bodies and Stories. Het is een onderzoeksprogramma met vier deelprojecten, uitgevoerd door Nederlandse en Indonesische onderzoekers. Sites gaat over koloniale archeologie en hedendaagse archeologische monumenten in Indonesië, zoals de Borobudur. Bodies gaat over de koloniaal-wetenschappelijke en museale geschiedenis van rassenonderzoek in Nederlands-Indië en de collecties menselijke resten die toen zijn aangelegd. Stories volgt hedendaagse wayang en de rol van de dalang, de poppenspeler, als superstar. In het vierde onderzoek, tenslotte, komen deze invalshoeken samen op het eiland Flores. De inwoners van de streek Manggarai vertellen over hun oorsprong en geschiedenis, en dat wordt door ons gecombineerd met etno-archeologisch onderzoek.

Archeologische opgraving van een graf in Warloka, aan de kunst van West-Flores, najaar 2010. Foto Tular Sudarmadi

In januari liet onderzoeker Tular Sudarmadi mij zijn opgravingen zien. Hij had met studenten en ‘lokale’ jongeren een aantal weken gegraven bij een vissersdorpje, waarover de bewoners van een belangrijk dorp verder landinwaarts stellen dat hun voorouders daar oorspronkelijk vandaan komen. Ze vonden er een graf met grafgiften en de skeletten van een man, vrouw en kind. Dat wordt nu allemaal geanalyseerd, want iedereen is benieuwd: wie zijn het, hoe oud zijn ze, waar kwamen ze vandaan, wat was hun cultuur? Het lijkt of de archeologie en moderne technieken zoals DNA-onderzoek daarover harde historische feiten oplevert, maar op zichzelf zeggen ze nog niet zoveel. Ze krijgen pas betekenis in combinatie met de verhalen die zowel de vissersbevolking als de bewoners in het dorp landinwaarts over hun geschiedenis vertellen. De meeste mensen in het kustdorp zijn moslim, in het dorp landinwaarts op de hoogvlakte zijn ze sinds de koloniale tijd katholiek. Ongeacht hun geloof koesteren allen respect voor de megalieten die aan de kust vlak bij de opgraving zijn opgericht, en die ook verder landinwaarts in de dorpen te vinden zijn. Vooral aan de kust zien de meesten die stenen als erfgoed – zoals bij ons de hunebedden, waarvan we de rituele betekenis weliswaar kennen, maar meestal toch niet meer echt navoelen. Vooral landinwaarts zijn de stenen echter meer dan erfgoed, en kennen de dorpelingen er een grote rituele betekenis aan toe.

Twee megalieten, voorouderbeelden, in Bena, Bajawa, een dorp in het binnenland van Midden-Flores, januari 2011

Waarom zijn we vooral in de verhalen geïnteresseerd die mensen vertellen over hun geschiedenis, hun stenen, hun dorpen? In de koloniale tijd leek ‘geschiedenis’ een Westers monopolie, geplaatst tegenover de ‘stilstand’ van de gekoloniseerde bevolking. De Nederlanders hadden het idee dat zij de koloniale samenleving als het ware in beweging bracht. Na de Indonesische onafhankelijkheid in 1945 viel de ‘geschiedenis’ van Indonesië vrijwel samen met ontstaansgeschiedenis van de republiek. Indonesië had zijn vrijheid bevochten als moderne staat, en in die staat stond Java centraal. Daar lag het centrum van de macht; Java was toonaangevend in de cultuur en geschiedenis van Indonesië. Binnen die Javacentrische nationale geschiedenis was het eiland Flores van geen belang. In de Nederlandse koloniale tijd al waren de bewoners van Flores vaak tot slaaf gemaakt, en ook vandaag de dag worden zij vaak gediscrimineerd, bijvoorbeeld als zij als (tijdelijke) arbeidsmigranten werken in Maleisië of elders in Indonesië. Maar sinds de val van Suharto in 1998 en de daarop volgende Reformasi bestaat in Indonesië veel meer ruimte voor regionale en lokale geschiedenis. Bij de ontdekking daarvan buitelen alle koloniale, regionale, religieuze en andere verhalen over elkaar heen. Daar komen ook economische belangen bij kijken, zoals toerisme, want het is adembenemend mooi op Flores.

Opgravingen, historische foto’s en oude objecten – ze helpen bij historisch onderzoek. Maar de interpretatie van die geschiedenissen gebeurt in het heden. In dat proces zijn de onderzoekers van SBS – de archeologen en historici – deelnemer en toeschouwer tegelijk.

Tekst: Susan Legêne

Susan Legêne is hoogleraar politieke geschiedenis aan de VU, en bereikbaar via: s.legene@let.vu.nl

SBS is een samenwerkingsprogramma van de VU met de Gadjah Mada Universiteit in Yogyakarta, het Eijkman Instituut in Jakarta, en het NIOD en KITLV in Nederland, grotendeels gefinancierd door NWO.

http://www.indischherinneringscentrum.nl/

Het werk van Mathilde ter Heijne kan gemakkelijk worden gevonden op internet: http://www.artslant.com/global/artists/show/2165-mathilde-ter-heijne?tab=ARTWORKS

Geplaatst inVrouwen, geld en economie