Menu Sluiten

Achterstand en voorsprong op de arbeidsmarkt

De verschillende groepen vrouwen in Nederland, zo merkten wij al op in het Voorwoord, hebben niet dezelfde geschiedenis met arbeid buitenshuis en dat is ook te merken aan hun deelname op de arbeidsmarkt. Zo werken vrouwen van Surinaamse afkomst in opvallend grote getale buiten de deur. Hieronder geeft Mamita van Leeuwaarde, organisatie-adviseur, aan welke verschillen er zijn en wat de voorgeschiedenis daarvan is.

Nederlandse vrouwen werken gemiddeld, ondanks hun hoge opleiding, weinig meer zo gauw er kinderen komen. De maatschappij kan echter steeds slechter zo’n groot potentieel aan arbeidskracht missen. Bent u voor maatregelen om dit potentieel aan het werk te krijgen, ook omdat het de maatschappij is geweest die de opleiding van deze vrouwen voor een groot deel heeft betaald?

Bij dit soort zaken is het goed een onderscheid te maken tussen sancties en stimulering. In eerste instantie pleit ik voor de laatste maatregelen waarbij ik denk aan het wegnemen van blokkades, die het vrouwen moeilijk maken om te werken, zoals slechte kinderopvang en een vrouwonvriendelijke sfeer op de werkvloer. Vrouwen porren om te gaan werken kan o.a. door goede voorlichting, zorgen dat gelijke beloning voor gelijke arbeid van vrouw en man een feit wordt en dat er carrièremogelijkheden komen voor werkende vrouwen.
Ik ben minder voor sancties. Als de stimuleringsmaatregelen te weinig effect sorteren, zou ik er eerder voorstander van zijn om te werken met quota waarbij bedrijven bepaalde subsidies zouden kunnen mislopen als ze bijvoorbeeld vrouwen niet de ruimte bieden om bij hen te kunnen werken.

Een deel van de migrantenvrouwen lijkt er geen problemen mee te hebben om te werken en voor een gezin te zorgen?

Turkse en Marokkaanse vrouwen nemen nog weinig deel aan de arbeidsmarkt. Surinaamse en Antilliaanse vrouwen werken juist veel buitenshuis en behoren procentueel tot de groep van wie het grootste deel een betaalde baan heeft, meer nog dan de Nederlandse vrouw. Deze vrouwen hebben vaak een enorme infrastructuur ontwikkeld die het mogelijk maakt om carrière te combineren met opvoeding: vriendinnen en familieleden zoals de moeder, vangen veel op.
Daarnaast zijn ze op een andere manier bezig met de opvoeding van de kinderen dan autochtone vrouwen. De opvoeding van kinderen en de zorgtaken hier in Nederland zijn bijzonder gecompliceerd. Er wordt o.a. van je verwacht dat je op school meedraait en bijvoorbeeld voorleesmoeder bent, dat je ´s avonds een verhaal voorleest en allerlei dingen met het kind onderneemt, dat je tussen de middag klaar staat om een kind op te vangen, dat je participeert op de clubs waar het kind lid van is. Zorgtaken voor kinderen zijn dus gecompliceerd en intensief. Migrantenvrouwen die werken én zorgen, vullen de zorgtaken vaak anders in dan autochtone vrouwen. Ze vinden goed onderwijs belangrijk en ondersteunen hun kinderen hierin, maar verwachten vooral van de school zelf hierbij een sleutelrol. Daarom zijn ze vaak minder intensief bezig met de school van hun kinderen. Daarnaast zie je dat ze de zorgtaken met anderen uit de familie delen en minder actief participeren in de vele activiteiten rond de school. Zo kunnen ze werk én zorgtaken combineren. Desondanks blijkt het behoorlijk intensief te zijn. Ik zie in mijn omgeving, dat deze migrantenvrouwen op een bepaalde leeftijd, behoorlijk uitgeblust zijn. Onderzoek hiernaar is zeker gewenst.

Men zegt dat de houding van veel Surinaamse en Antilliaanse vrouwen, zeker vrouwen van Afrikaanse afkomst, wat betreft het werken buitenshuis, zijn oorsprong vindt in de slavernij. Wat weet u hiervan?

Een van de theorieën is dat Afro- Caraïbische vrouwen (en mannen) door de slavernij geen duurzame relatie konden aangaan. Slaven waren eigendom en het gezinsleven werd niet gerespecteerd. Een slaaf kon worden verhandeld, ongeacht het feit of hij of zij een partner, een gezin, had. Omdat vrouwen generaties lang geen duurzame relaties konden opbouwen, moesten ze wel economisch zelfstandig zijn. Historisch is het dus zo gegroeid onder deze Afrovrouwen. Hiernaast is er de realiteit dat de Caraïbische landen geen verzorgingsstaten zijn. Wie daar geen werk heeft, krijgt geen uitkering. Werk is de enige mogelijkheid om in het onderhoud te kunnen voorzien. Door de matriarchale structuur, waarbij grootmoeders, tantes en zussen mede de verantwoordelijkheid nemen voor de opvoeding van kinderen, kunnen vrouwen van Surinaamse en Antilliaanse afkomst makkelijker actief zijn op de arbeidsmarkt, ook hier in Nederland omdat de matriarchale structuur, ondanks de migratie, voor een deel wordt gehandhaafd.

Maakt dit het verschil tussen Nederlandse vrouwen en vrouwen van Surinaamse afkomst?

Nederlandse moeders leven niet in een matriarchaat. Een Nederlandse moeder neemt de opvoeding van haar kinderen bijna helemaal alleen voor haar rekening. Surinaamse moeders laten familieleden, maar ook vriendinnen, toe in de opvoedende rol en accepteren ook dat ze corrigerend optreden.

Vrouwen van Surinaamse afkomst zetten de kennis die ze verworven hebben tijdens hun opleiding dus maximaal in?

Vrouwen van Surinaamse afkomst in Nederland zijn vaak gezinshoofd, maar bovenal zijn ze opgevoed in de traditie om te participeren op de arbeidsmarkt. Het is ze, zoals ik hierboven zei, met de paplepel ingegoten.
Bij deze vrouwen is er weinig kapitaalvernieting als je kijkt naar de instroom op de arbeidsmarkt. Maar ook zij komen weinig terecht in hogere managementfuncties. Net als autochtone vrouwen hebben ze last van het zgn. glazen plafond. Ook bij hen worden de leidinggevende capaciteiten onderschat. Net als bij migrantenmannen speelt ook regelmatig mee dat ze onvoldoende bekend zijn met netwerken en soms ook last hebben van bewuste en onbewuste vormen van discriminatie.

U bent zelf getogen in Nederland met een Surinaamse gescheiden moeder die fulltime werkte om het gezin financieel te onderhouden. Hoe heeft dat u gevormd?

Mijn moeder was mijn rolmodel. Zelf heeft ze niet kunnen doorleren maar ze heeft haar dochters heel erg gestimuleerd om dat wel te doen. We moesten meehelpen in het huishouden maar zo gauw we de tijd nodig hadden voor een toets of examen ging dat voor de huishoudelijke taken die we hadden.
Ik was de eerste uit het gezin die naar de universiteit ging. Mijn moeder kende die wereld niet maar ook in die periode stimuleerde ze me door er altijd voor me te zijn. Er is een gevleugelde uitdrukking onder Afro- Surinaamse moeders die dochters bijna dagelijks te horen krijgen: ´Je diploma is je man.´

En uw vriendinnen in Nederland van Surinaamse afkomst, hoe staan die in de arbeidsmarkt?

Mijn vriendinnen van Surinaamse afkomst werken gemiddeld vier dagen en daarbij doet het er niet toe of ze een partner hebben of niet. Ze vinden de combinatie van gezin en werk overigens wel zwaar. Er blijft, zeggen ze, weinig ruimte over voor hobby´s en vrienden.

Wat zou de Nederlandse maatschappij van een moeder kunnen vragen aan arbeidsparticipatie en binnen welke condities?

Als je een opleiding hebt genoten die door de samenleving is bekostigd, dan zou je daar iets tegenover mogen stellen door te participeren op de arbeidsmarkt. Maar de maatschappij zal ook een klimaat moeten scheppen waarin moeders die tot de arbeidsmarkt treden, kunnen gedijen.

Tekst: Mamita van Leeuwaarde en redactie

Mamita van Leeuwaarde is organisatie- adviseur bij De Beuk, organisatieadvies. Ze heeft zich o.a. gespecialiseerd in vraagstukken over Diversiteit. Meer informatie op www.beuk.nl

Geplaatst in Vrouwen, geld en economie