Menu Sluiten

Heerlijk verdoemd huishouden

Boodschappen, inkopen doen, ze thuis uitpakken en opbergen. Eten bereiden, koken, dekken, eten, afruimen, afwassen en opruimen. Een kopje thee inschenken, een muziekje spelen, een schilderijtje verhangen. Huisdieren en planten verzorgen. Stof afnemen, stofzuigen, de vloer soppen. Koper en zilver poetsen. Kleine verbouwingen en reparaties, kleren verstellen, breien en borduren. Kleren wassen, drogen, opvouwen en in de kast leggen. Lezen, tv-kijken, e-mailen, huiselijke feesten, samen drinken en grappen maken. De goed geregelde afvoer van afval. Ach, heerlijk helder huishouden, het is bij iedereen anders en toch overal hetzelfde. Het is er altijd geweest en zal nooit verdwijnen; je zou het een oeractiviteit kunnen noemen. Alles is in het huishouden begonnen en we keren er dagelijks terug. Van carrière maken, files, foute bazen of vervelende collega’s heb je thuis weinig last. Voor jezelf en anderen zorgen, het genoegen huisgenoten of bezoek van je gerechten te zien genieten. Daar hoef je geen moeder voor te wezen of te willen worden. De huiselijke handelingen vormen -naar tijd gemeten- de minst besproken hoofdactiviteit.

Het huis, onze woning, is het grootste ding dat we gebruiken. Daar kunnen we vaak het meeste onszelf zijn. De persoonlijke ruimte die we beheren, de wereld waar we onze eigen omgeving scheppen; het is het landschap, de situatie, de sfeer, waarin we veel -en vaak het belangrijkste- meemaken. Een reservoir van herinneringen en persoonlijke symbolen; dingen waar we om geven zijn er beschermd opgeslagen en worden er vertoond. De plek waar we herstellen, uitrusten, dromen en dagdromen, een soort burcht waarop we zelf als het ware heer en meester zijn. En die we soms met kracht verdedigen.
In de engelse taal is een mooi woord voor de herhaling van bezigheden die we bij dit zorgen plegen: chores. De rondjes die we in huis uitvoeren zijn ondanks de routine heel gevarieerd. Je kan naar de ene hoek gaan omdat je daar wat wil doen, maar onderweg op andere gedachten komen, die je dan misschien gelijk uitvoert, en soms na omzwervingen en allerlei werkzaamheden op de basis -een makkelijke stoel bijvoorbeeld- terugkeren en je dan afvragen waarom je deze tocht eigenlijk bent begonnen.
Huishoudelijke bezigheden zijn nodig en nuttig. Ze dienen het overleven en verbinden met de rest van de wereld. De oneindige herhaling van bekende handelingen leidt tot grote vaardigheid en gevestigde gewoontes. Persoonlijke rituelen scheppen vastigheid. Zoals elke vakman kan je daarvan genieten, vooral bij concentratie op het moment, op het uitvoeren van de kleinste, schijnbaar onbenullige, handelingen tot in de kleinste puntjes, als je het werk zo goed mogelijk doet. Tijd en tijdelijke waardering doen er dan niet toe.

Met de erkenning en waardering voor het huishoudelijk werk is het echter beroerd gesteld. Men begrijpt de liefde voor het huishouden vaak niet. Topmerken, hoofddoekjes of humanitaire bombardementen zijn veel populairder. De mooie en goede werken in huis worden verzwegen, of er wordt op afgegeven, daar komt het ongeveer op neer. Je ziet dat bij het algemeen spraakgebruik. Als je zonder baan zit en kennissen op straat tegenkomt, vraagt men soms wat je zoal doet. Vertel je dan dat je mooie boeken leest, vrijwilligerswerk doet, net wat hebt opgeruimd of planten hebt verzorgd, is de reactie vaak: “Oh, je doet dus nog steeds niks.”

Deze onderwaardering van de huishoudelijke activiteiten vind ik merkwaardig en ook wel onrechtvaardig en stom. Ik denk er al lang over na; dat komt ook omdat ik vaak baantjes als economieleraar heb gehad. Onderwijs in economie is in de laatste decennia bij bijna alle opleidingen steeds meer verplicht gesteld. Bij dit schoolvak is werk, ook wel productieve arbeid genoemd, een van de belangrijkste begrippen. Maar huishoudelijk werk, vergeet het maar, het wordt verzwegen of verdoemd, vroeger zowel als tegenwoordig.

Plato en Thomas More vonden koken en huishoudelijk werk verkwisting, Adam Smith vond diensten geen productie en Karl Marx vond alleen betaald werk, waar winst op wordt gemaakt echt werk, ook al maakte hij een kind bij zijn huishoudster. Wat niet betaald wordt is ook volgens hedendaagse economen als Heertje of zelfs O. Teriba (Certificate Economics for West Africa) geen werk. Omdat er niet in geld voor betaald wordt: Teriba vindt alleen ‘modern monetised activities’ van belang, ook al is het grootste deel van de bevolking in West-Afrika werkzaam in de landbouw. Maar de producten van die landbouw worden niet verhandeld maar in het gezin, de familie of het dorp opgegeten. Ze zijn niet ‘gemonetiseerd’, ze worden niet verkocht, dus zijn ze niet modern en worden nauwelijks vermeld en niet meegeteld. Het geld vormt de sluier die de meerderheid van de noodzakelijke bezigheden uitsluit en verbergt. Het betaalde werk, het zogenaamde werk, kan uiteraard alleen bestaan op grond van de onzichtbare, onbetaalde bijdrage van al die andere werkers..

Met de gangbare betekenis en gebruik van het woord werk wordt dus het grootste deel van de nuttige werkzaamheden onder het kleed geveegd. Zoals zo vaak wordt het werkelijk leven door betaalde krachten uit de weergave van de wereld verdreven. Maar er is veel meer werk dan waar werk op staat. Dit betreft niet alleen het huishoudelijk werk en de landbouw in armere landen, maar ook de bijdrage van de mantelzorg en het vrijwilligerswerk.

Niet betaalde werkzaamheden worden ‘natuurlijk’ grotendeels door vrouwen uitgevoerd. Over harde werrekurs gesproken. Vrouwen verrichten nu op deze aarde ongeveer driekwart van alle werk en krijgen daar een kwart van het geldelijk inkomen voor. Als economen, bestuurders of deskundigen over arbeid spreken dan geven ze een klein deel van al het werk voor het geheel uit en verdonkeremanen wat er verder gebeurt. De economische ‘wetenschap’ is in de kern geen wetenschap maar eerder een vorm van geïnstitutionaliseerde propaganda. ‘Het verborgen doelwit is (…) zelfophemeling en zelfrechtvaardiging’. De steeds meer verplichte training in het jargon van de economie is onderdeel van de catechesatie van de macht, de verspreiding en inprenting van een ideologie van en voor een dominante minderheid.

Tekst: Grardus Boon
Beeld: Grardus Boon Amsterdam, 2007

Geplaatst in Vrouwen, geld en economie