Menu Sluiten

Functies en geheim van borsten

Vrouwenborsten zijn er in de eerste plaats voor de melk, voor baby’s. De opmerking van de socioloog C. Wright Mills over vrouwen: “Biology is not destiny” is bij borsten minder van toepassing, hoewel, er is ook melk uit flesjes. Een Chinese Boeddhist heeft in de achtste eeuw uitgerekend dat het in de eerste drie jaar van het zogen gemiddeld om 1630,20 liter gaat. Dat is niet niks, maar de conclusie van die Chinees, dat we daardoor tot oneindige schuldige dankbaarheid gedoemd zijn, gaat me wat ver. Afkomst en vroege jeugd kan je geen mens verwijten.

Als gewilde niet-ouder (en biseksueel) vind ik de tweede functie van borsten, hun rol in het spel van de vleselijke interesse en conversatie, veel interessanter. Bekeken of aangeraakte borsten kunnen een lichamelijke levendigheid veroorzaken; men wordt er geil van. In zijn biologische nuttigheid staat deze opwinding natuurlijk niet los van de melkproductie. Maar een groot voordeel van deze tweede functie is wel dat nu ook niet-hetero’s en vrouwen zonder kinderwens -een groeiende meerderheid- aan het spel kunnen meedoen. Ze met de hand omvatten, ze aaien, kussen en strelen, zacht -soms wat harder- in de tepels knijpen of die met de vingertoppen wat te roteren, eraan zuigen, wie houdt daar eigenlijk niet van? Is dat niet een mooi geschenk van God of de natuur?

Mannenborsten zijn vaak kleiner dan die van vrouwen, Hoewel, in de roman “Hollands Glorie”, over mannen in de zeesleepvaart, staan de stoere maten op een gegeven moment samen te douchen. Een van hen is qua borst wat welig uitgevallen. Een collega merkt dan op: “toen de Here jou schiep heeft hij je zeker een rottrap tegen je kont verkocht.” Mannenborsten, vrouwenborsten, grote borsten, kleine borsten, ze vertonen dezelfde gevoeligheden; het gaat niet om de omvang of het soort maar om wat je ermee doet. Het is als met alle passies, als men zich erin verdiept en zich eraan wil overgeven dan telt slechts het gevoel, de empathie, de samenwerking, de liefde en de openbaring.

De opwindende aard van deze secundaire geslachtsdelen brengt me op hun zichtbaarheid, hun aanwezigheid, hun toonbaarheid of verborgenheid. De borst is een ding op zich, deel van de natuur, maar de vertoning en de betekenis ervan is wat anders. Ze zijn ook deel van de cultuur, van gewoontes, taboes, van wetten zelfs. Mannenborsten zijn relatief vrij in de openbare ruimte. Voor vrouwen is de vertoning veel beperkter, hun geheim is misschien wel deel van hun charme. De toonbaarheid, live of in beeld, is onderhevig aan een golfbeweging, of het nu over het decolleté of het strand gaat. Topless zonnen was niet zo lang geleden veel populairder, tegenwoordig veroorzaakt één gefotografeerde borst van Janet Jackson al enorme ophef. Maar de samenleving wordt steeds meer gekenmerkt door een niet te stuiten vloed van beelden. Plaatjes van blote vrouwen zijn er altijd geweest. Met internet is de toegang tot en de verspreiding van beelden van naakte mensen enorm toegenomen. Zo wilden sociologen enkele jaren geleden in India een onderzoek doen naar de invloed van internetporno op jonge mannen rond de twintig. Ze zochten twee groepen, een die wel eens keek en een die nooit keek. Het onderzoek ging niet door: men kon de tweede groep niet vinden. Toegegeven, men ziet hier virtuele in plaats van echte borsten, maar schijn is nu eenmaal -eigenlijk altijd al- een belangrijk deel van het bestaan. Over deze emancipatie van borsten en onderbuik op het web hoor je niet veel; lustvijandige lieden, preutse en erg godsdienstige mensen zijn er ook tegen. Maar voorzover borsten onze onverdeelde aandacht verdienen lijkt me de opmars van de tiet in de publieke ruimte een gunstige ontwikkeling.

Tekst: Grardus Boon

Geplaatst inBorsten