Menu Sluiten

Ritme of rust

Filosofes in debat,

Een avondje in de Rode Hoed op de Keizersgracht in Amsterdam. Het vroegere kerkgebouw van de Remonstranten is, afgezien van het overdadige orgel sober van inrichting. Presentatie van en discussie over het boek “Ritme, op zoek naar een terugkerende tijd” van Marli Huijer. Volle bak, zeg 150 vrouwen en mannen, oud en jong. Een korte inleiding door de ‘denker des Vaderlands’ Hans Achterhuis, een interview met Marli Huijer door de boekenman van de VPRO Wim Brands die ook de discussie begeleidt. Twee vrouwelijke filosofen in debat, dat zie je niet vaak. Tussendoor een ritmisch bandje, met een tapdanseres, een van de songs is “Zachtjes tikt de regen op het zolderdak”. Tenslotte vragen uit de zaal. Dit alles zonder enige haast of stress, in anderhalf uur. Geen onvertogen woord, hoewel er uit de zaal een keer wordt gevraagd of het wat kalmer kan omdat de filosofes door elkaar heen praatten.

Marli Huijer is arts en professor in de filosofie. Haar boek gaat over het pijnlijk verlies van verstoorde, verloren ritmes Vroeger was het leven meer voorspelbaar, vaster en uniformer: de vijfdaagse werkweek, de taakverdeling tussen echtgenoten, de christelijke feestdagen. Deze oude ritmes verliezen meer en meer aan kracht. Hoe kunnen we daar mee omgaan? We moeten een nieuw evenwicht vinden. Wat is het juiste ritme in de verdeling van onze tijd, wat is de goede balans? Ritme is de remedie tegen de rusteloosheid, de wanorde en de verveling.

Huijer schetst het probleem van de verstoorde ritmes in een dozijn hoofdstukken waarin ritmes worden besproken die het leven tegenwoordig vormgeven: bioritmes, ritmes van het lichaam, van de godsdienst, de seks, de muziek, de televisie en van de nieuwe sociale media. Ritme in de muziek komt er wat bekaaid af omdat er weinig over populaire muziek en dansen wordt gezegd behalve de in het mediatijdperk absurde voorschriften van Plato en anderen die vonden dat de jeugd alleen door oudere mannen goedgekeurde muziek mocht horen. Huijer argumenteert in haar boek met een pakkend en helder mengsel van voorbeelden en denkers, goed gedocumenteerd. Gedachten van onder meer Nietzsche, Lefebvre en Bachelard. Aansprekende voorbeelden uit de literatuur zoals van Giphart of Nabokov over de pauzes tussen de ontmoetingen tussen geliefden.

Inleider Achterhuis meldt dat hij op de vraag: “Hoe gaat het ermee” ook vaak met “drukdrukdruk” antwoordt. Hij relativeert dit breed gedragen gevoel aan de hand van recent onderzoek waaruit blijkt dat Nederlanders het, vergeleken met de meeste andere Europeanen, nogal rustig aandoen en over vier uur vrije tijd per dag beschikken. Discussieleider Brands stelt dat klachten over het te snel gaan van de tijd van alle tijden zijn. De Griekse Stoïcijnen klaagden er al over. Maar aan de andere kant werd snelheid ook vaak met vooruitgang geassocieerd.

In het interview vertelt Huijer: “Ik heb het boek geschreven omdat ik me zorgen maak over het verlies van de sociale ritmes. Dat komt door de achteruitgang van religies met hun onderscheid tussen het alledaagse en het onalledaagse. Nu vrouwen meer (betaald) zijn gaan werken leidt de combinatie van zorg en betaald werk tot ritmeverlies en onbehagen. De 24 uurseconomie wordt net als het onlinezijn steeds belangrijker. Ik pleit niet voor een terugkeer naar de vroegere tijden, dat kan ook niet, maar voor het vinden van goede ritmes in veranderde omstandigheden. Het gaat bij de verstoorde ritmes over de beleving van de tijd. Je kan in een snelle trein in grote rust een boek lezen of naar je medepassagiers kijken. Maar als je naar buiten kijkt, ervaar je de grote snelheid. Het probleem komt niet door de haast of de klok, ik pleit ook niet voor de onthaasting. In de herhaling kan men ook rust vinden en snel kan net zo goed prettig zijn als langzaam Het gaat om het juiste ritme, om de balans tussen snel en langzaam. Het vinden van een goed ritme is ieders persoonlijke opgave. Maar bepaalde randvoorwaarden zouden kunnen helpen: pauze op woensdag, accudagen, meer gespreide feestdagen.

De andere deelneemster aan de discussie is Joke Hermsen. Ze publiceerde een paar jaar geleden “Stil de Tijd, pleidooi voor een langzame toekomst’. Voor het Oerdigitaal Vrouwenblad schreef ze een samenvatting. Het boek heeft inmiddels 18 drukken beleefd. In navolging van Henri Bergson stelt Hermsen dat er twee soorten tijd zijn. Ten eerste de kloktijd. Die wordt ons meer en meer opgelegd, ze jaagt ons op en veroorzaakt stress. Deze tijd lijkt steeds sneller te gaan en we lijken er steeds minder van te hebben. Daarnaast onderscheidt Hermsen wat Henri Bergson de ‘innerlijke tijd’ noemde. Dat is de weliswaar niet meetbare, maar ware en waardevolle tijd waarin we wandelen, mediteren, ons vervelen of nietsdoen. Deze tijd is de bron van onze creativiteit.

Huijer en Hermsen zijn lid van het ‘filosofenelftal’ van het dagblad Trouw. Op 7 december hadden ze daar al een voorproefje geleverd van hun discussie.

Hermsen: “Mensen hebben veel last van stress, dat is de belangrijkste oorzaak van het ziekteverzuim. Bij lezingen voor het bedrijfsleven hoor ik ook dat mensen steeds jonger crashen. We zitten op ons werk te lang voor beeldschermen. Maar de jachtigheid komt niet alleen uit de werksfeer. Er is ook technostress, die vier uur die we zogenaamd vrij hebben worden vaak aan de TV of computer besteed. Beeldschermverslaving, zappen is geen ontspanning. Te veel uren zijn zonder rust en dat is slecht voor het brein. Het moet ontfocussen, rust voor verwerking is een voorwaarde voor gezondheid en creativiteit. We moeten meer pas op de plaats maken. Onthaasting vind ik ook niet het goede woord. Maar ik pleit naast de chronologische tijd van de klok voor tijd die we zelf zijn. De twee aspecten van de tijd stroken met mijn eigen ervaring. Bij de heen en de terugreis waarbij de heenreis langer lijkt dan de terugreis, zien we die twee kanten, de meetbare kloktijd en de ervaren tijd. Het gaat om het evenwicht tussen die twee soorten tijd. We moeten de kloktijd als het ware stilzetten, we moeten de tijd meer zelf zíjn in plaats van er te weinig van te hebben”.

Huijer: “Wat betreft de stress: die komt niet altijd door de drukte maar komt vaak vanwege het onverwachte van gebeurtenissen. Een goed ritme betekent vastigheid en variatie, discipline en vrijheid. Wie de hele dag koffie moet zetten kan daardoor ook in de stress raken. In de loop der eeuwen hebben we het idee van tellen en meten langzaam opgebouwd en klokken zijn bij het meten van de tijd handig geweest. Het is ook niet zo dat creativiteit alleen in rust optreedt, er zijn veel gevallen bekend van kunstenaars of wetenschappers die niet in rust maar onder grote druk tot geniale creaties kwamen.

Nieuwe technologie kan ook positief op de ritmiek uitwerken. De snelle montage van een programma als de Wereld Draait Door hindert mij niet. TV is een overtuigende ritmeveroorzaker. Ouders en kinderen protesteerden toen onlangs Sesamstraat uitviel vanwege de uitgelopen life registratie van het verhoor van de toenmalige minister van financiën Wouter Bos over het begin van de economische crisis.

Ik zie die twee verschillende werelden, van de kloktijd en de ervaren tijd niet. Je kunt de tijd niet stilzetten. Voordat er klokken waren was het ook goed om je aan je afspraken te houden. Klok en kalender zijn nuttig en nodig, We moeten de verstoorde ritmes praktisch oplossen. Meer rust en ritme. Vaste accudagen”.

Hermsen: “Het: is niet waar. De kloktijd is ons vreemd en jaagt ons op. Onze eigen innerlijke tijd, de tijd als duur, is volgens Bergson en anderen ononderbroken en dynamisch. Deze tijd is een stroom, het ene moment vloeit voort uit het andere. We moeten loskomen van de kloktijd, uit de tredmolen stappen, in flow komen en de tijd ervaren zoals hij eigenlijk is. Dan komen we tot reflectie en bezinning”.

Huijer: “De opvatting van Bergson dat je de tijd als een continue stroom moet zien, wordt volgens mij door Gaston Bachelard weerlegd. Er is volgens Bachelard niet één voortgaande stroom, er is discontinuïteit. Er is niet één tijd maar een pluraliteit van tijden: elk mens, elk dier, ding of verschijnsel heeft een eigen duur met een eigen begin en einde. We vergeten veel en op den duur worden we zelf ook vergeten. Tussen onze ervaringen, voorzover we die herinneren, zitten gaten, lacunes, zoals tussen de noten van muziek stiltes zitten. Rust en werk, iets en niets, creatie en destructie wisselen elkaar duidelijk af. Dingen lopen af en we beginnen nieuwe dingen. Er is geen onderliggende continuïteit, maar we kunnen wel zekerheid ontlenen aan ritmes, zoals door het vieren van onze verjaardag”.

Bij de opmerkingen en vragen uit de zaal lijken meer mensen het eens te zijn met Hermsen, niet verwonderlijk, haar boek heeft hoge oplagen en het boek van Huijer is nog maar net uit. Iemand spreekt over de tijd die op hol is geslagen en dat we meehollen met de klok uit angst om de boot te missen. Iemand anders zegt dat het leven ook vast minder jachtig zou wezen met wat minder reclame op de TV. Ook wordt de vraag gesteld wat Joke Hermsen met “het zelf zijn van de tijd” bedoelt. Hermsen licht toe dat het om het ervaren van de eigen tijd gaat, wat heel wat anders is dan het ondergaan van de tijd die te meten valt. Discussieleider Brands merkt op dat de problemen bij Hermsen groter lijken en bij Huijer wel vallen op te lossen. Zelf weet ik het niet zo goed. Naast de verschillen vallen mij ook de overeenkomsten tussen de twee filosofes op. Ze hebben het over de zelfde tak van de filosofie, de zijnsfilosofie, ze vinden dat de moderne wereld de balans in ons leven verstoort. De ene vindt dat het te verbeteren valt door meer eigen tijd, de ander door het vinden van een eigen ritme.

Tekst en beeld: Grardus Boon


Cartoon “Ritme” door John Prop

Geplaatst inTijd en ritme