Menu Sluiten

We moeten onze geest dekoloniseren

Gloria Wekker behoort tot een van de eerste Surinaamse families die in Nederland kwam wonen t.w. in december 1951 toen haar vader, inspecteur van politie in Paramaribo, zes maanden met betaald verlof naar `het moederland` mocht gaan. Vader Wekker gaat rechten studeren aan de UvA en hij en zijn vrouw besluiten met de vijf kinderen in Nederland te blijven. Gloria groeit hier op, studeert culturele antropologie aan de UvA, promoveert aan UCLA in de VS en wordt hoogleraar Gender en Etniciteit aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Sinds september 2012 is zij emerita-hoogleraar.

Nederland en Suriname. Wat waren en zijn de verschillen voor jou tussen deze landen in de positie die zwarte mensen innemen in deze maatschappijen?

In 2010 gaf ik samen met vriendin en collega, Twie Tjoa, een cursus Gender Studies aan de Graduate Division van de Anton de Kom Universiteit. Mijn partner en ik logeerden in het Torarica hotel. Iedere keer als wij naar buiten kwamen, kwam er een zwerm taxichauffeurs op ons af om vervoer aan te bieden. Op zekere dag kwamen er, ongeveer tegelijk met ons, maar nét iets achter ons, twee witte mannen in vakantiekleding uit het hotel. Het leek alsof wij, twee zwarte vrouwen in professionele kleding, opeens onzichtbaar waren, want alle taxichauffeurs stortten zich als lemmingen op hen en lieten ons finaal links liggen. We waren ineens niet interessant meer als mogelijke passagiers bij wie een goede rit gescoord kon worden. Ik vond dit een leerzame gebeurtenis, want ik heb heel lang allerlei gemakzuchtige ideeën over het gebrek aan racisme in Suriname gehad, maar nu werden we er wel heel direct mee geconfronteerd. Ik had natuurlijk ook beter moeten en kunnen weten…!! Het deed me denken aan een werkbezoek dat ik in 1994 aan Zimbabwe bracht, toen ik in een koloniaal hotel in Harare logeerde. In de ontbijtzaal van het hotel, werd iedereen, ook al was die aanzienlijk later dan ik aangeschoven, vóór mij bediend. Ik heb het hier over koloniaal gedachtengoed dat diep verankerd ligt, waarvan mensen zich vaak in het geheel niet bewust zijn, maar dat maakt dat witte mensen, zowel mannen als vrouwen, nu eenmaal belangrijker worden gevonden dan zwarte mensen. Ik denk ook dat als het twee witte vrouwen in vrijetijdskleding waren geweest, zij de voorkeur hadden gekregen van die taxichauffeurs.
Wat ik wil zeggen is dat, vanuit een intersectionele optiek bezien, wij allen en de waarde die aan ons toegeschreven wordt, bepaald worden door een ‘rugzakje’ waarin de combinatie van gender, ras of etniciteit en klasse een belangrijke rol speelt. In het voorbeeld van het Torarica hotel, werkt de combinatie zodanig in het voordeel van die witte mannen uit, dat wij onzichtbaar worden. Kennelijk schatten de taxi-chauffeurs in dat ze beter kunnen verdienen bij witte mannen. Dus zowel qua ras of etniciteit, qua gender en klasse delfden wij, als zwarte vrouwen, jammerlijk het onderspit. Ik denk dat wij bij het inschatten van iemand anders, éérst en tegelijkertijd iemands gender en raciale positie vaststellen. later kan die waarneming eventueel gecorrigeerd of bevestigd worden door klassenverschijnselen, zoals kleding en houding, maar die eerste waarneming is heel bepalend. Deze toewijzingsmechanismen spelen zowel in Nederland als in Suriname een rol.
Meestal heb ik in Suriname minder last van allerlei dagelijks ongemak in de sociale omgang, en sowieso zijn de verschillen in het dagelijkse leven tussen Suriname en Nederland heel groot. Bijvoorbeeld omdat er een ander schoonheidsideaal bestaat in Suriname, waarbij weelderige vormen van vrouwen meer op prijs gesteld worden, voel ik me daar meestal heel goed. Bovendien maakt het een heel groot verschil voor je gevoel over jezelf als zwarte om in een samenleving te verkeren waarin de meerderheid van kleur is. De aankomst op Schiphol, wanneer er weer eens een 100% controle uitgevoerd wordt, ervaar ik als een koude douche. Maar met dat alles zeg ik zeer uitdrukkelijk niet dat racisme minder zou zijn in Suriname dan hier in Nederland. Er is simpelweg geen onderzoek naar gedaan. In het onderzoek van Ellen-Roos Kambel over conflicten over hulpbronnen uit 2002, vind ik aanknopingspunten dat Inheemsen en Marrons, als de belichaming van de Ander, wel degelijk zeer te lijden hebben onder racisme in Suriname, dus er is geen aanleiding ons rijk te rekenen…. Het zijn twee heel verschillende situaties, waarbij je in Nederland ziet dat heel weinig zwarten, migranten en vluchtelingen doorgedrongen zijn tot de hoogste regionen van de arbeidsmarkt, in overheid en bedrijfsleven. Ik vind het hier zwaar lonely at the top. Dat geldt natuurlijk niet in Suriname, maar er zijn heel vergelijkbare mechanismen van in- en uitsluiting werkzaam in de Surinaamse samenleving, die we dan maar samenvatten onder de noemer van “patronage”, maar waarin ras of etniciteit zeer prominent figureren. Daarnaast speelt ook, als erfenis van de slavernij, dat hoe lichter gekleurd men is, des te meer voordelen dat met zich meebrengt. En het speelt niet alleen bij Afro-Surinamers, maar ook bij Hindoestanen en Javanen, is mijn indruk.

Welke invloed heeft dit op jou in je manier van denken over zwart-zijn?

Eigenlijk wil ik liever een andere vraag beantwoorden, namelijk hoe het komt dat bij alle verschillende bevolkingsgroepen waarnaar mensen hun afkomst kunnen traceren, ze zich meestal toch Afro-Surinaams of Creools noemen. In mijn eigen geval heb ik Ashkenazische Joden, Inheemsen, Chinezen en Afro-Surinamers als voorouders en toch heb ik eigenlijk alleen maar belangstelling getoond voor de Afro-Surinaamse groep. Ik vind dat zelf eigenlijk ook heel wonderlijk en pas de laatste jaren ben ik heel langzaam aan het uitzoeken hoe het zit met mijn Joodse achtergrond. Ik heb het idee dat ik – maar niet ik alléén – hierin beïnvloed ben door de (Afro-) Amerikaanse blik, waarin je, als je één druppel zwart bloed hebt, als zwart beschouwd wordt. Terwijl ik denk dat we in Suriname een andere werkelijkheid hebben, waarin het hebben van wortels in verschillende bevolkingsgroepen eerder regel dan uitzondering is. Het is helemaal niet op zijn plaats die hybriditeit, die een verrijking is, te verdonkeremanen.

Als belangrijkste negatieve erfenissen van de periode van slavernij voor zwarte mensen in de diaspora worden genoemd: gebroken gezinnen, een negatief zelfbeeld over het zwarte uiterlijk (de lichamelijke kenmerken waaronder ook het type haar), intellectuele en culturele achterstand. Kun je je hierin vinden en op welke manier? En zou jij nog andere zaken kunnen toevoegen en waarom?

Van de zaken die jij noemt, ben ik het eens met het negatieve zelfbeeld. Maar bij de andere zaken zet ik vraagtekens. Neem het begrip ‘gebroken gezinnen’; ik ben het, om te beginnen, al niet eens met de term. Die gaat uit van een normatief nucleair gezin, dat wil zeggen een gezin dat uit vader, moeder en kinderen bestaat. Zo hóren mensen samen te leven, alsof er geen andere, levensvatbare gezins- en familievormen zijn. Er is een lange traditie, waarbij de gezinsvormen van zwarte mensen disfunctioneel en gebroken genoemd zijn door wetenschappers; dat jongens voor galg en rad op zouden groeien en meisjes veel te jong zwanger zouden worden door het ontbreken van een vader. Ik doe daar niet aan mee. Door een combinatie van erfgoed dat we uit West-Afrika meegenomen hebben én de omstandigheden onder de slavernij heeft zich een gezinsvorm ontwikkeld, waarin vrouwen als moeders heel centraal staan, waarin vrouwen een voorkeur hebben om zo autonoom mogelijk door het leven te gaan; waarin een levenslang, monogaam partnerschap door beide seksen niet als het hoogste ideaal wordt gezien maar er wisselende relaties zijn. Niet te vergeten, ik wil ook wijzen op het eeuwenlange bestaan van relaties tussen seksegenoten, het ‘matiwerk’, dat de overleving van families mede mogelijk heeft gemaakt. Het meeste wetenschappelijke werk wordt gekenmerkt door een heteronormatieve blik, d.w.z.: het gaat uitsluitend uit van relaties tussen hetero’s. Kortom, er is een veel complexer verhaal te vertellen over Afro-Surinaamse familiepatronen en ‘gebroken gezinnen’. It just does not cut the cake. Klasse speelt hier natuurlijk ook weer een grote rol, maar we moeten vooral de taaiheid van cultuur niet onderschatten. Natuurlijk zijn er hier in Nederland dingen veranderd, zoals het wegvallen van een netwerk van familieleden dat als vanzelfsprekend meehelpt om kinderen groot te brengen; Surinaamse vrouwen zijn meer op zichzelf aangewezen geraakt in Nederland en aangezien we uit onderzoek weten dat zij, van alle vrouwen in Nederland, de meeste uren werken, ongeacht hun persoonlijke situatie, hebben we wel reden tot zorg. Daarnaast blijkt ook uit onderzoek van Rutgers- Nisso dat van alle vrouwen, Surinaamse en Antilliaanse vrouwen het meest last hebben van relatiestress, d.w.z. dat ze geen relatie hebben of een relatie die niet aan hun wensen tegemoet komt. Ook dat is zorgelijk. We moeten kijken hoe deze vrouwen, vaak met kinderen, beter ondersteund kunnen worden, maar dat hoeft in mijn ogen dus niet per se door het patriarchale gezin zogenaamd in ere te herstellen.
Over de erfenis van de slavernij is noch in Nederland, noch in Suriname nog onderzoek gedaan, maar ik zou het zoeken in manieren van omgaan met elkaar waarin het dreigen met geweld in intieme relaties en in relaties tussen ouders en kinderen, of het werkelijk toepassen daarvan. Ook lijkt het me de moeite waard te kijken naar opvoedingsstijlen van ouders: namelijk dat er sprake is van wat de socioloog Bram de Swaan een bevelshuishouding noemt, en niet van een onderhandelingshuishouding, zoals die in Nederlandse gezinnen sinds de zestiger jaren gangbaar werd.

Het kapsel van Angela Davis, de afro, raakte in zwang tijdens de Black Movement en in tegenstelling tot de moeders en grootmoeders in die generatie stopten zowel zwarte jongens en meisjes over de hele wereld met hun haar glad te maken. Wat opvalt in het huidige straatbeeld , hier, in Suriname bijvoorbeeld maar ook in Amerika, is dat relaxen weer meer in is. Ook de first lady Michelle Obama en haar jonge kinderen lopen rond met gerelaxed haar. Hoe kijk jij aan tegen deze ontwikkeling aan? Vind jij dat Michelle Obama hierin een andere rol zou moeten spelen en waarom? Welke keuze heb jij zelf in de loop der jaren gemaakt en om welke redenen?

Ik vind het een teleurstellende ontwikkeling en een gemiste kans voor Michelle O. Ze zou zo ’n belangrijk wereldwijd rolmodel in dezen kunnen zijn. En ik heb een beetje medelijden met die kleine meisjes Obama, wanneer ik bedenk hoe pijnlijk die behandeling is en hoe het stinkt. Althans dat is wat ik me van vroeger herinner, maar die behandeling zal tegenwoordig wel mensvriendelijker zijn geworden. Er zijn tegenwoordig zóveel websites, zóveel informatiebronnen en ook wel zwarte kappers waar je je leuke nieuwe modellen met natural hair kunt laten aanmeten, dat ik het heel jammer vind als mensen ontkroezen toch de meest aantrekkelijke optie vinden. Ik kan er niet omheen dat ik parallellen zie tussen het bleken van de huid, ook zo’n toxische behandeling , en het ontkroezen van haar. Allebei zijn het, ten diepste, uitdrukkingen van het niet aanvaarden van zwart zijn. Er is nog veel werk aan de winkel, wat betreft het dekoloniseren van de geest.
Ik had inderdaad ook een Afro in de zeventiger jaren en sinds 1991,toen ik in Los Angeles woonde en een sollicitatiegesprek had op Oberlin College in Oberlin, Ohio, en ik geen geld had om naar de kapper te gaan, deed ik mijn haar in vlechtjes en later zijn dat dreadlocks geworden. Al met al heb ik ze nu dus 22 jaar, tot volle tevredenheid.

Wat zijn de meest urgente zaken waar de zwarte gemeenschap in Suriname(het Caraibisch gebied) en Nederland (Europa ) aan zou moeten werken en op welke manier? Welke specifieke rol zie je hierin voor vrouwen en voor mannen? Welke rol zou kunst hierin kunnen spelen?

Ik vind dat het niet echt goed gaat met het grootste deel van de Surinaamse gemeenschap in Nederland. Qua onderwijsniveau had ik verwacht dat ik inmiddels veel meer studenten van Surinaamse achtergrond in de collegebanken zou zien zitten. Het zou aan mijn discipline kunnen liggen, maar ik zie ze niet of nauwelijks bij Geesteswetenschappen: de studie van talen, geschiedenis, filosofie, en gender studies. Er gaan er meer naar hogescholen dan naar universiteiten en 40 jaar nadat de grootste groep migranten is aangekomen, en we nu dus naar de derde generatie kijken, had ik meer mobiliteit verwacht. Dan aan de andere kant van de sociale ladder zie ik te veel jonge Surinaamse meiden en jongens, voor wie de belangrijkste horizon van volwassenwording het ouderschap is. Waarom hebben zij geen dromen, waarin ze directeur van een onderneming zijn of piloot of hersenchirurg of onderzoeker, of iets anders wat ook vervulling geeft ? Ook hier speelt klasse weer een rol, maar ik vind het zorgelijk dat hun verbeelding over wat de mogelijkheden zijn om iets van je leven te maken, zo beperkt is.

Tekst: Gloria Wekker en redactie

Geplaatst in Black is beautiful