Menu Sluiten

Erken eerst dat kleur en ras van invloed is

Dienke Hondius, docent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam afdeling Geschiedenis bij de Faculteit Letteren, houdt zich al jaren bezig met de geschiedenis van de slavernij en de holocaust. Een bijzonder recent project van Hondius is het in kaart brengen van het slavernijverleden in de stad Amsterdam.

Hoe ontstond  bij jou de belangstelling voor het slavernijverleden en welke invulling geef je eraan als wetenschapper?
Mijn proefschrift gaat over de acceptatie van gemengde huwelijken en relaties, en daarvoor interviewde ik veel gemengde stellen, onder meer ook Surinaams-Nederlandse en Antilliaans-Nederlandse stellen met verschillende huidskleuren. Ik merkte dat het ongebruikelijk en ongemakkelijk was om over verschil in kleur te spreken. Dat bracht me op het idee dat de onderliggende geschiedenis van de omgang tussen ‘wit’ en ‘zwart’ nogal onverwerkt is. Zo kwam ik terecht in de geschiedenis van de eerste ontmoetingen tussen blanke Europeanen en zwarte Afrikanen, en daarmee al snel in die van de slavenhandel en de slavernij. Ik leg nu de laatste hand aan een boek over deze lange geschiedenis met als titel Blackness in Western Europe. Ik geef ook onderwijs over aspecten van de geschiedenis en sociologie van ‘ras’ en racisme.

Verschillende gemeenschappen in Nederland kijken zeer verschillend naar een traditie als het Sinterklaasfeest. Hoe kijk jij hiernaar?
Ik deel de afkeer van Zwarte Piet en ben van mening dat het hoog tijd is dit aspect van het sinterklaasfeest te veranderen. Het is ook  niet zo moeilijk, denk ik, om het zodanig te veranderen dat het feest in stand gehouden wordt, en ik ben blij met de doorbraak in de discussie van de laatste twee jaar.

Houden wij het raciale denken in stand door het zwart-wit denken? Hoe is jouw visie?
Mijn motto hierbij is dat je eerst moet erkennen dat kleur, en ‘ras’, van invloed is, om het daarna hopelijk minder belangrijk te laten worden. Ik meen dat onderzoekers ‘ras’ juist op de agenda moeten zetten omdat we te snel zeggen dat het irrelevant is. Eerst erkennen.

150 jaar geleden werd de slavernij afgeschaft. Welke taken liggen er nog?
In veel opzichten staan we nog aan het begin van de verwerking en erkenning van deze geschiedenis, en ook van het verwerven van kennis erover. Het vereist geconcentreerd onderzoek om verantwoorde basiskennis te verwerven en die vervolgens tot toegankelijke teksten voor het onderwijs te verwerken. Met het project Slavernijverleden op de kaart probeer ik kaarten te maken van aspecten van het slavernijverleden, en die daarmee dichter naar de Nederlandse en Europese geschiedenis te halen. Hier, in Europa, werden de beslissingen genomen die van invloed waren in Afrika, Amerika en Azië, en daar is nog veel van terug te vinden. Ik hoop dat we in enkele jaren het slavernijverleden meer zichtbaar en bekend kunnen maken in de Europese steden.

Als belangrijkste negatieve erfenissen van de periode van slavernij voor zwarte mensen in de diaspora worden vaak genoemd: gebroken gezinnen, een negatief zelfbeeld over het zwarte uiterlijk (de lichamelijke kenmerken waaronder ook het type haar), intellectuele en culturele achterstand. Herken je dit en op welke manier? Welke taak zie je hierin voor de wetenschap?
Ik ken de discussie hierover en denk dat hiernaar ook meer onderzoek mogelijk en wenselijk is. Ten aanzien van de Surinaamse Nederlanders denk ik dat de vrij plotselinge onafhankelijkheid van Suriname en de vrij onverwachte mogelijkheid om zich in Nederland te vestigen in veel families grote gevolgen gehad heeft die nog onvoldoende erkend en bestudeerd zijn. In dit opzicht verwacht ik veel van onderzoek door middel van mondelinge geschiedenis (oral history) naar de levensgeschiedenissen van de betrokkenen. Dat geldt ook voor onderzoek naar racisme in Nederland.

Tekst: Dienke Hondius en redactie

Geplaatst inBlack is beautiful