Menu Sluiten

Witte zwanen, zwarte zwanen

Thea Doelwijt, schrijfster en theatermaakster, geboren in Nederland als kind van een Nederlandse moeder en Surinaamse vader, besloot begin jaren zestig naar Suriname te gaan waar ze zich intensief ging bezighouden met het schrijven en produceren van theater en literatuur. Ze woont inmiddels weer in Nederland maar blijft actief op bovengenoemde gebieden, ook in Suriname waar ze geregeld verblijft. In verband met 150 jaar afschaffing slavernij schreef ze de tekst voor de musical Op weg naar vrijheid.

Je bent een vrouw met een blanke huid maar met Surinaams-Afrikaanse trekken. Wat riep dat op in de jaren waarin je in Nederland opgroeide en welk effect had dat op jou?
“Papoea… witte negerin,” riepen kinderen in Bloemendaal op straat naar mij als ik uit school kwam. Mijn moeder had geen idee wat zij met mijn haar moest doen, dus had ik een echte afro. Dikke lippen, die vielen ook op.
“Die arme halfbloedjes van kinderen,” zei de bovenbuurvrouw in Amsterdam over mijn broertje en mij, in de jaren van de Tweede Wereldoorlog, omdat mijn vader er niet was. Die had een baan gevonden bij de Marine en moest vijf jaar lang op zee strijden voor de vrede.

Om de een of andere reden was ik wel trots op mijn moksi uiterlijk en afkomst. Suriname kwam mij steeds voor de ogen en toen ik eenmaal journaliste was, wist ik het zeker: daar wilde ik werken. “Hebben jullie ook kranten?” vroeg ik mijn nichtje in Paramaribo, met wie ik intussen contact had. “Vijf,” schreef zij terug.
Ik heb bij alle vijf gesolliciteerd en één van ze was razend enthousiast en noemde mijn eventuele komst een deus ex machina.
Tien jaar lang heb ik bij (het oude) dagblad Suriname gewerkt en toen doken het theater en cabaret op, met Hans Caprino en Henk Tjon. Het Doe-theater hebben Henk en ik opgericht. Tien jaar lang waren we daarmee actief met tientallen stukken.

Nederland en Suriname. Wat waren en zijn de verschillen voor jou tussen deze landen in de positie die zwarte mensen innemen in deze maatschappijen?
Nu ik hier, in Amsterdam, met een grote groep ‘zwarte’ mensen aan de musical heb gewerkt, valt me op hoe gevoelig zij zich af en toe nog opstellen. Zij praten en lachen (te) luid en (te) veel tijdens de repetities. Omdat zij zwart zijn, zeggen zij. In de bus, terugkomend van een succesvolle try-out van Op weg naar vrijheid in Biddinghuizen, waren de spelers uitgelaten, met verhalen en liedjes van vroeger, ZEER SURINAAMS!
Toen ik in 1961 in Suriname kwam, speelde nog van alles en werd mijn witheid niet altijd geaccepteerd. Maar ik kreeg contact met schrijvers, dichters en beeldend kunstenaars en de wekelijkse bijeenkomsten in het cafeetje op het Plein waren een kick. Met Dobru/Robin Ravales, Jozef Slagveer, Benny Ooft, Ruud Mungroo en Shrinivasi/Martinus Lutchman richtten wij de schrijversgroep Moetete op en daarmee gaven wij twee tijdschriften uit. De schilders Ron Flu en Paul Woei zorgden o.a. voor de omslagen van mijn boeken. En verder had ik inspirerende gesprekken met o.a. Trefossa/Henny de Ziel en Frank Martinus Arion van Curaçao en zijn vrouw Trudi Guda.
Het belangrijkste in onze tijd was de weg naar onafhankelijkheid, zelfstandigheid met de nadruk op de ontwikkeling van een eigen cultuur en literatuur, theater en beeldende kunst. Weg met de Nederlandse invloed en het stempel van Nederland: kwaliteit en ontwikkeling moesten vroeger Nederlands zijn. DAT MOEST SURINAAMS WORDEN en daar werkten wij aan!

Wat vind jij verder van zwart-zijn?
Ik werk gewoon graag met talentvolle Surinamers van alle kleuren en met andere niet-Nederlanders. Ooit, in Zuid-Afrika, ontmoette ik in Kaapstad vele ‘halfbloedjes’. Bijna was ik daar gaan wonen!

Welke rol speelt cultuur, literatuur en theater bij de emancipatie van zwarte mensen? Ben je daarbij beïnvloed door collega-schrijvers/theatermakers?
Toen ik met de 1 juli-musical Op weg naar vrijheid bezig was, viel me op hoeveel behoefte er is aan zo’n kleurrijke, zwarte presentatie met informatie over verleden, heden en toekomst, van Suriname en Nederland. Witte en niet-witte mensen weten soms te weinig over hun geschiedenis en worden geprikkeld dank zij de info van de musical. Daarvoor heb ik veel oude boeken herlezen.
Wij zouden in Nederland nog veel meer van onszelf moeten laten zien op televisie.
We kennen elkaar te weinig. Echt samen-leven, elkaar leren kennen, dat kan boeiende en positieve resultaten opleveren. Echte Surinaams-Nederlandse programma’s zie ik niet op de televisie hier.
Zelf wil ik daar echt niet achteraan gaan om er werk van te maken. Dat is te vermoeiend in deze tijd van crisis en bezuinigingen. Ik vind trouwens, dat ik genoeg gedaan heb, de afgelopen halve eeuw. Ik heb nog wel een paar wit-zwarte theaterdromen, maar daar wil ik nog niet over praten, anders worden ze niet gerealiseerd.
Wat ik mis, is het contact met het Caraïbisch gebied en Zuid-Amerika. Daar zoekt men ook naar oplossingen om uit armoede en wancontact te komen en streeft men eveneens naar een eigen geluid en gezicht. Er is hier helaas te weinig informatie over de schrijvers en boeken van die landen. Of zoek ik niet genoeg? Moet ik gewoon naar boekwinkels en bibliotheken? (Maar die kou en regen…..!)
In Suriname gingen wij met het Doe-theater naar het eerste Carifesta, het Caraïbisch Festival dat dit jaar voor de tweede keer in Suriname wordt gehouden.
Ik zal mijn vriendin, mijn extern geheugen, lerares Nederlands, Marijke van Geest, even vragen wie voor mij inspirerend waren. O ja, o.a. Naipaul en Marquez, James Baldwin en Frantz Fanon. Dat was in de tijd van zoeken naar de eigen stem.

Als belangrijkste negatieve erfenissen van de periode van slavernij voor zwarte mensen in de diaspora worden genoemd: gebroken gezinnen, een negatief zelfbeeld over het zwarte uiterlijk en het haar, intellectuele en culturele achterstand. Wat vind je hiervan en spelen wellicht nog andere zaken een rol?
Laat me dit zeggen: ik zou hier iets met zwarte jongeren willen doen, maar ook zou ik het liefst gewoon weer terug willen naar Sranan. Als je daar maar frank en vrij zou kunnen werken als schrijfster! Ondanks allerlei onaangename en dodelijke zaken heb ik toch mijn Surinaamse nationaliteit/paspoort gehouden! Want voor die onafhankelijkheid hebben wij van Moetete gewerkt en ‘gestreden’.
Ik vind niet dat je van intellectuele en culturele achterstand kunt praten. In Suriname ontwikkelen jongeren zich frank en vrij en net als de jongeren in Nederland zouden zij iets meer boeken moeten lezen en zich in de eigen geschiedenis moeten verdiepen. Kennis helpt, geeft rust en wijsheid.

Het kapsel van Angela Davis, de afro, raakte in zwang tijdens de Black Movement en glad haar was uit. Maar tegenwoordig, in Suriname bijvoorbeeld, maar ook in Amerika, is relaxen weer helemaal in, zelfs bij de first lady en haar jonge kinderen. Wat vind jij daarvan? Zou Michelle Obama een andere rol moeten spelen? Welke keuze heb jij zelf gemaakt?
Eén keer heb ik mijn haar laten straighten. Ik kwam thuis en vond het vreselijk. Ik heb het direct gewassen en in ere hersteld. Nu denk ik: laat iedereen vrij, laat iedereen doen wat hij/zij wil.
Op een dag vind je jezelf!

Waaraan zouden wij als zwarte gemeenschap in Suriname en Nederland, in het Caraïbisch gebied en in Europa moeten werken? Vervullen mannen en vrouwen daar verschillende rollen in? Hoe draagt kunst hieraan bij?
Ik zou vrouwen willen inspireren tot toneel-schrijven, films maken… Dat twee jonge vrouwen van Radio Double 7FM, Cheryl Vliet en Anita Plowell, hier een Sophie Redmond-herdenking hebben georganiseerd (en mij hebben verrast met een gouden vioolspeld!), dat zou vele vervolgen moeten krijgen. Sophie, die zwarte vrouw was bijzonder! Ze werd dokter tegen de heersende conventie in, schreef en speelde toneelteksten, en speelde viool. Weliswaar achter dichte gordijnen, want “een dikke zwarte vrouw als ik met een viool zien… no, man”.

Black is beautiful. Wat roept deze uitspraak bij jou op?
Een versje: Witte zwanen, zwarte zwanen. In Suriname mocht dat “zwarte” niet. Dus heb ik het ingevoerd!

Tekst: Thea Doelwijt en redactie
Beeld 2: Foto schilderij Erwin de Vries

Geplaatst inBlack is beautiful