Menu Sluiten

Moeder worden in coronatijd

Amber Nijman en Hanne Hoekstra werden voor het eerst moeder op een moment waarop het coronavirus al rondwaarde in Europa.

Amber Nijman:
‘Ik beviel op 7 februari. Rond de bevallingsperiode, zowel vlak voor als na de bevalling, was ik totaal niet bezig met het virus. Het leek een ver-van-mijn-bedshow, zelfs toen coronapatiënten in Limburg en Noord-Brabant waren gesignaleerd. In het ziekenhuis, tijdens de bevalling, heb ik niet gemerkt dat medisch personeel speciale voorzorgsmaatregelen nam.
De eerste twee à drie weken na de bevalling wilden mijn partner en ik het kraambezoek sowieso beperken tot onze ouders en grootouders. Met vrienden en kennissen zouden wij contact opnemen zodra we eraan toe waren. Dit had te maken met ons thuis willen ‘settelen’ en tot rust komen als nieuw gezin, wat volledig los stond van het coronavirus. Verrassend genoeg wilden ook mensen om ons heen het kraambezoek uitstellen omdat ze bang waren onze pasgeborene in gevaar te brengen, te besmetten met het virus. Wij, als kersverse ouders, stonden er erg nuchter in. Mijn mening was: ‘Zolang ik naar buiten ga en boodschappen doe, kan ik net zo’n gevaar vormen voor mijn baby als anderen die bij ons langskomen.’ Maar toen werd het ernst en al met al moeten veel vrienden en bekenden nog even wachten met ons bezoeken ‘dankzij’ de lockdown van 15 maart.
De snelheid waarmee het virus zich vanuit het zuiden van Nederland naar de Randstad verspreidde, deed me toch even schrikken. Toen ik via het nieuws hoorde van de besmetting van een gezin in Diemen, een paar kilometer bij ons huis vandaan, dacht ik alleen maar: wauw, dat hadden wij kunnen zijn. Wat nu? Kortom, angst en verontrusting, maar ook verbazing trad op, omdat zo’n situatie volledig onbekend was.
Intussen ben ik weer aan het werk als secretaresse bij het Amsterdam UMC, locatie VUmc. Mijn partner en ik spreken vooraf af — hoe de komende dagen eruit gaan zien. We verdelen de zorg (fifty-fifty over onze zoon, en als het nodig is, kan ik volledig in mijn werk opgaan op de laptop en intussen naar een lekker muziekje luisteren via koptelefoon. Wij leven op relatief weinig vierkante meters, maar het is goed te doen omdat wij als partners en ouders goed blijven communiceren. We geven het ook zeker elkaar aan als er behoefte is aan ‘alleen-tijd’, d.w.z. even alleen buiten wandelen, fietsen, een ritje op de motor maken of een boek lezen in alle stilte. Ik hoop dat alle papa’s en mama’s (en geliefden) zoiets voor elkaar krijgen. Dat is toch iets moois dat we uit deze coronatijd mee kunnen nemen.
Op een bepaalde manier heb ik mazzel dat ik slechts de zorg voor één baby heb. Ik bedacht me al snel na de lockdown hoe zwaar deze situatie kan zijn voor ouders met (jonge) kinderen. Daar ben je dan ineens: ouder, huishoudmanager, leraar, werknemer of werkgever in éen. Een kunst om iedereen tevreden te houden.
Overigens zal het nog zwaarder zijn voor alleenstaande ouders. Binnenblijven klinkt simpel, maar zie maar eens je werk gedaan te krijgen terwijl je de zorg voor kinderen niet uit handen kunt geven aan een andere ouder of aan een oppas en je dan ook nog de deur uit móet voor boodschappen of een bezoek aan de huisarts.
Ik vind dat er voor dit onderwerp veel te weinig aandacht is in de media, en het wordt niet genoemd door politici tijdens de vele debatten en persconferenties.
Ik ben overigens, naast mijn baan bij het Amsterdam UMC, al jaren vrij druk als zangeres van de band ‘Las Chicas del Barrio’. In de week van 15 maart jl. zou ik dit werk weer oppakken. Ik had er heel veel zin in. Het was een enorme domper toen bleek dat ik mijn geliefde medemuzikanten nog een tijd moet missen. Alle repetities en optredens zijn tot nader order opgeschort. Niets meer, niets minder. Het leeghalen van mijn agenda voelde verschrikkelijk, want ik ben gewend dat er veel te doen is. De band kwam er snel achter dat er allerlei online platforms zijn waarop je met elkaar kunt videochatten en muziek opnemen. Dit zijn wij nu volledig aan het onderzoeken, zodat we toch door kunnen gaan en onze muziek kunnen blijven ontwikkelen. De Q-Factory, hét muziekmakerscentrum van Amsterdam-Oost, opent deze week zijn deuren weer. We hebben direct een repetitieruimte gereserveerd. Het wordt vast leuk elkaar weer te zien, maar een onbezonnen samenkomst zit er natuurlijk niet in met 1,5 meter afstand tussen elk bandlid.’

Hanne Hoekstra:
‘Ik zat rond de lockdown zo in mijn zwangerschapsbubbel dat ik niet helemaal meekreeg hoe ernstig het was. Pas vlak voor de bevalling begon het tot mij door te dringen. Ik was nogal over tijd en moest ingeleid worden, dus ik had steeds afspraken in het ziekenhuis in de dagen voordat ik moest bevallen. Daar hoorde ik voor het eerst dat bezoek in de kraamtijd werd afgeraden en dat ik alleen mijn partner mocht meenemen naar het ziekenhuis. Toen begon ik me ook zorgen te maken dat mijn partner bijvoorbeeld verkouden zou worden en niet bij de bevalling zou mogen zijn.
Op het moment dat ik daadwerkelijk moest bevallen, merkten wij alleen dat het ziekenhuis bij de poli’s heel leeg was omdat alle niet acute zorg was afgezegd. Er was een megastation voor de deur neergezet waar je je handen moest wassen. De kraamafdeling zelf was goed bemand en die is zo’n afgesloten wereldje dat je verder niets merkt van wat er zich elders in het ziekenhuis afspeelt. Ik beviel voor de piek. Het ziekenhuis bereidde zich op dat moment voor op de opname van coronapatiënten, maar was nog niet extra belast. Ik vond het knap dat ik op de kraamafdeling zelf niets gemerkt heb. Het enige was dus dat er geen familie of bezoek het ziekenhuis in mocht.
Ik beviel op 22 maart. Vrij snel daarna hoorden wij dat baby’s vrijwel nooit besmet raken, dus ik maakte me meer zorgen over mijn ouders en vriend dan over onze dochter. Wij ontvingen meteen na de bevalling geen bezoek in huis en wij bleven zelf ook voornamelijk binnen. We leefden met zijn drietjes in een bubbel. Gelukkig wonen we op de begane grond, dus bezoek kon door het raam naar de baby kijken en we konden visite bij mooi weer in de voortuin spreken. Toen ik na een paar weken weer eens buiten kwam, voelde dat wel heel raar. Ik had bijna straatvrees. Naar mijn gevoel kwam iedereen te dichtbij. Je voelt je toch extra kwetsbaar.
Intussen zijn wij twee maanden verder. Mijn partner werkt buitenshuis en ik ben thuis met de baby. Ik ga naar buiten, naar de winkel, een rondje lopen, maar niet op bezoek bij anderen. Het voelt wel een beetje eenzaam. Mijn ouders komen sinds onze dochter zes weken is binnen en tillen haar ook op, maar dat is het dan. Zij zijn de enigen die dat doen. Ik kan onze dochter dus niet goed delen met vriendinnen en de rest uit mijn omgeving. Daardoor krijg ik ook weinig input. Dit heeft tot gevolg dat ik me snel zorgen maak als onze dochter bijvoorbeeld verhoging heeft.
Als jonge ouders is het soms pittig dat wij alleen elkaar hebben. Want op anderhalve meter of telefonisch contact hebben maakt het toch afstandelijker en moeilijker om echt steun te ontvangen. Ook is het lastiger een heel persoonlijk onderwerp op deze manier te bespreken. Ik had een zware bevalling, we zijn nu zeven weken verder en ik heb van niemand een knuffel kunnen krijgen, alleen van mijn vriend.
In de NRC van zaterdag 9 mei stond dat gezondheidspsycholoog Merith Cohen de Lara samen met verloskundige Myrna Goudsmit, een online community heeft ontwikkeld voor Amsterdamse zwangeren. Die kunnen in dit coronatijdperk veel angst of stress ervaren. Zo’n community, denk ik, is vooral voor zwangeren die heel veel zorgen hebben heel nuttig. Voor mensen die net bevallen zijn, zoals ik, zou vooral praktische info heel fijn zijn. Hoe zit het precies met besmettingsgevaar van baby’s, wat kan wel en niet qua bezoek, hoe gaan anderen er mee om…
Dat zijn allemaal vragen die bij mij als jonge moeder spelen.’

Amber Nijman, Hanne Hoekstra en Henna Goudzand Nahar

Geplaatst in Diverse