Menu Sluiten

De onbewuste sporen van het koloniale verleden moeten in beeld komen

Je blijvend ontwikkelen, loont. Dat kun je zien aan de carrière van Farida Nabibaks. Eerst studeerde ze in 1990 af aan de Scapino Dansacademie, tegenwoordig Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Vervolgens werd ze naast danseres ook choreograaf en studeerde ze af als filosoof. In alle drie de gebieden is ze actief.

Hoe kwam je tot de keuze van danseres? Waren er prikkels binnen je directe milieu die je stimuleerde tot deze keuze?
Dans is geen keuze voor mij, het hoort bij wie ik ben. Mijn zus moest vroeger in Suriname voor haar houding op ballet. Ik was toen 7 jaar. Ongeveer twee jaar later zag ik op de televisie een uitvoering van het Zwanenmeer. Ik zat aan de buis gekluisterd. In de inleiding werd uitgelegd, hoe bijzonder knap de expressie van de danseres was, die zowel de witte (goede) als de zwarte (slechte) zwaan danste, vanwege het contrast daarin. Toen wist mijn negenjarige zelf dat ik dit ook wilde. En dat ik ook het beste uit mijzelf wilde halen. Helaas ben ik geen klassieke danseres geworden. Maar ik snap de klassieke dans door en door. Wat ik me toen niet realiseerde, is dat ik in Suriname met de paplepel verschillende soorten zang en ritmische dans heb meegekregen. Dat zat al in me. Op de dansacademie heb ik kennis gemaakt met verschillende stijlen van moderne dans. Uiteindelijk heb ik als moderne danseres m’n eigen stijl ontwikkeld, een mix van al dat me ooit is aangeboden, met een eigen timing, die ruimtelijk en vloeiend is.

In de jaren 90 van de vorige eeuw had jij de vrouwelijke hoofdrol in Faya, een Nederlands-Surinaamse musical die een belangrijk thema uit de Surinaamse cultuur aan de orde stelt. Welk thema was dat, van wie kwam het initiatief voor deze productie en wat betekende die voor jou als persoon van gemengde afkomst?
Initiator van deze productie was John Wooter, van Surinaamse afkomst en ook danser en choreograaf. Faya ging over de liefde tussen een jongen van Afro- Surinaamse afkomst (gespeeld door Stanley Burleson) en een meisje van Hindostaans-Surinaamse afkomst, die niet geaccepteerd werd door hun families en achterban. Dit alles speelde zich af tegen de achtergrond van het post-onafhankelijke Suriname en de militaire coup. Ik had de rol van het Hindostaanse meisje, een rol die me heel wat deed, omdat ik in het stuk het verhaal van mijn ouders beleefde. Ik ben van gemengde afkomst: mijn moeder is Afro-Surinaams en mijn vader Hindostaans. Ze zijn gescheiden toen ik 4 jaar was. Faya was een originele productie, die over echte onderwerpen ging. Het kwam goed aan bij de Surinaamse bevolking in Nederland. De regie lag in handen van Lodewijk de Boer, die ook Surinaamse roots had. Jammer genoeg hebben we geen tournee in Suriname mee kunnen maken. Misschien wordt het tijd dit stuk te hernemen. Zeker gezien de actualiteit in Suriname die aangeeft dat spanningen vanwege de verschillen in etnische achtergronden die zich in de jaren 60 van de vorige eeuw voordeden, weer oplaaien of misschien wel nooit over zijn gegaan.

Je ontwikkelde je verder tot choreograaf. Wat houdt deze functie precies in en op welke manier manifesteer je je in deze functie?
Op de academie werd eigen werk maken al gestimuleerd. En ik was daarna gewend via improvisatie te werken in groepen en producties. Sommige choreografen werken graag met materiaal van de dansers zelf, zodat iedere danser betrokken is en een eigen aandeel heeft in het eindproduct. Ook in Faya had ik een solodans (in een sleutelscène) zelf mogen maken. Maar pas later in mijn leven, na mijn 30ste, toen allebei mijn dochters al geboren waren, nam de behoefte, om dat wat in me leeft via eigen choreografieën te delen, de overhand. Nadat het traumatische koloniale verleden hard omhoog gekomen is bij me, ik was inmiddels al boven de 40, wist ik dat ik weer het theater in moest. Een ongebruikelijke stap in de danswereld. Via dans kunnen we als mens onvermoede diepten in onszelf ervaren en ontrafelen. Het publiek kan dat wat zich toont op het toneel doorleven en verwerken. Dat kunnen gevoelens zijn waar men zich niet bewust van is. Dans kan raken op een onbewuste en onbenoembare laag. Dat geldt zeker voor het werk dat ik nu maak over het koloniaal en slavernijverleden. We krijgen zicht op onderstromen in onszelf, op de blauwdruk die, 150 jaar na de afschaffing van de slavernij, nog altijd de norm is voor de posities van witte en zwarte mensen in de samenleving en hoe we met elkaar omgaan. We dragen die koloniale wereld nog in ons.

Op een dag besloot je je in te schrijven aan een universiteit voor de studie filosofie. Waar kwam deze behoefte vandaan en wat doe je met deze opleiding die je succesvol hebt afgerond?
Ik had de behoefte om dieper in te gaan op wat ik met mijn kunstenaarschap aan moest. Er leek niet echt plek voor mij te zijn in de danswereld; ik kwam niet verder dan waar ik op dat moment was. En het klopte nog niet voor me. Ik was vermoeid geraakt van het soort producties waar ik in stond. Toen kreeg ik de vraag om les te geven op een theaterschool met vooropleiding dans. Dit was een grote verandering en dat heb ik 13 jaar met veel passie gedaan. Er is bijna niets mooier dan jonge mensen op te leiden in iets waar je hart in zit. Dat geldt ook voor de recreatieve lessen: het moment dat we het kunnen zien als een passie en (noodzakelijke) uiting van mensen, in plaats van alleen als een tijdverdrijf, verdiept de bezigheid (de ballet- of andere dansles aan recreanten) zich.
Tegelijkertijd bleef mijn behoefte aan een onderbouwing van mijn kunstenaarschap bestaan. Toen ik voor een kennismakingsgesprek bij de Radboud Universiteit kwam, wist ik nog voordat het gesprek afgelopen was, dat dit mijn volgende stap moest zijn. Het was zeer inspirerend om op dat moment in mijn leven, ik was 36, weer de kans te krijgen om nieuwe dingen te leren en te merken dat het me zo goed ligt. Uiteindelijk heb ik een praktische filosofie, zoals de oude filosofische scholen dat moeten hebben uitgedragen, gevonden. Want theorie alleen, is kennis van buiten, die niet doorleefd is. Hoe de kennis te verinnerlijken en zo meer mens te worden, de beste versie van jezelf te worden, dat is de kunst. Ik heb al eens een cursus praktische filosofie gegeven, en doe programma’s met performance en lezing. Ook combineer ik graag disciplines zodat er bijvoorbeeld vanuit een filosofische stelling op de vloer gewerkt kan worden en dat in dans en beeldende kunst een levend kunstwerk ontstaat. Maar ook in het werk van de Schitterende Schaduw voorstellingen ( zie hieronder) zit er een praktisch filosofische strategie verwerkt. Alleen is de benadering daar via dans of beweging. Filosofie is, zoals ik eerder zei, de basis van mijn kunstenaarschap.

De Surinaamse cultuur kent vele dansen gelieerd aan de vele Surinaamse culturen. Daarnaast bouwen we graag een feestje bij alle mogelijke gelegenheden. Wat is voor jou de waarde van dans voor individuen en voor culturen?
Dans is een uiting van de mens, dat is te zien in hoe dans (en zang) in verschillende culturen aanwezig is tijdens allerlei levensgebeurtenissen. Tot slaafgemaakten konden zelfs overleven dankzij het feit dat men zich in ritme, dans (en zang) kon uiten zonder dat de kolonisator dat door had. Zo kon men ook verborgen boodschappen van generatie op generatie doorgeven. Het hele leven heeft een ritme en ook dans hoort bij het leven bijvoorbeeld om je blijdschap te voelen bij feesten en huwelijken. Ook bij begrafenissen wordt in sommige culturen gedanst. In New Orléans, maar ook in de Afro-Surinaamse traditie, wordt de overledene dansend op weg gebracht voor een goede overtocht naar de wereld van overledenen om een te zijn met het ritme van het leven en daarin mee te bewegen. Ook kan via dansen stress gereduceerd worden (b.v. tijdens Dance festivals) en het leven gevierd. In die zin is dansen ook gezond. Hoe minder stress, hoe beter. In New Orleans zijn Jazzbegrafenissen ontstaan door een samensmelting van West-Afrikaanse, Franse en Afro-Amerikaanse tradities en hebben een uniek evenwicht tussen vreugde en verdriet, terwijl rouwenden worden begeleid door een fanfare. De band speelt in het begin treurige klaagzangen, maar zodra het lichaam is begraven, verschuiven ze naar een vrolijke noot. Cathartische dansen is een onderdeel van het evenement, om het leven van de overledene te herdenken.

Je bent bezig met een serie solo performances waarin de onbewuste sporen van het koloniale verleden in de hedendaagse maatschappij centraal staat. Hoe geeft je daar binnen vorm aan de dans en hoe probeer je je doel te bereiken?
De performances zijn ontstaan uit een behoefte. Uit de behoefte om te communiceren over de emoties die ik voelde en voel aangaande het koloniaal en slavernijverleden. Met woorden kunnen we de geschiedenis ver weg zetten en zelfs weg rationaliseren. Maar als ik voor je sta, en woordeloos toon wat de sporen van het verleden mij nu nog doen of misschien wel mijn voormoeders of -vaders heeft gedaan, dan raakt dat mensen. In de fysieke communicatie, in mijn solo performances, heb ik het gevoel dat er geen barrières tussen mij en de ander bestaan. Laat ik het anders zeggen: ik open me helemaal in het bijzijn van de ander – het publiek. Dat is iets dat in het dagelijks leven in woorden niet kan. Dan zijn er zoveel barrières, muren en afweermechanismen, die we volgens mij helemaal niet door hebben. En er is een onuitgesproken code van wat telt, wie meedoet, en wat we aanhangen. Vaak voelt dat voor mij alsof er geen plek voor me is. In mijn dansen kan ik zijn, en alles van mij laten zien, zonder reserves. Ik hoop dat iemand die dat ziet en herkent, de kans waarneemt om zichzelf te laten zien, zodat we elkaar woordeloos kunnen verstaan.

Het koloniale verleden van Nederland is vele malen groter dan de gemiddelde Nederland denkt. Niet alleen in Suriname, de Antillen en Indonesië was Nederland actief als koloniale macht maar ook in New York, Guyana, Sri Lanka, Ghana etc. De invloed daarvan op de landen en bewoners is groot geweest. Wat zouden wij hier daarover moeten weten en op welke manieren werk jij daar verder aan? Hoe ga je om met de weerstand die je daarbij ondervindt?
Toen ik mijn wond, dus het trauma van het verleden, dat ik aan den lijve heb gevoeld, heb doorschouwd, werd het mij duidelijk dat wat ik geleerd had – waar ik tot kort voor die tijd ook mijn ogen en oren voor gesloten had omdat het te pijnlijk was – gedeeld moet worden. Hier in Gelderland is Erfgoed Gelderland twee jaar geleden gestart met een onderzoek naar de sporen van het koloniaal en slavernijverleden van Gelderland. En het leek me dat feiten, verhalen of items uit dit onderzoek zeer geschikt zouden zijn om via dans te brengen. Want, dan toont het verhaal zich en staan er levende mensen voor je, waardoor de geschiedenis niet alleen een les uit een leerboek blijft, maar een verhaal van mensen zoals jij en ik, tot leven gekomen, begrijpelijk, inzichtelijk en invoelbaar geworden. In 2019 heb ik stichting Reframing HERstory Art Foundation opgericht. Met de stichting zetten we ons in voor bewustwording van de sporen van het koloniaal en slavernijverleden in de hedendaagse Gelderse (en Nederlandse) maatschappij. We willen met ons voorstellingsprogramma behalve in Gelderland ook de rest van Nederland aan doen. Na de voorstelling is er altijd gesprek, maar we doen ook workshops met publiek die gericht zijn op beweging en dans en een eigen beleving van emoties en thema’s uit de voorstelling, een fysieke ervaring, te krijgen. De weerstand die ik tegenkom is lastig, maar die weerstand geeft aan dat er nog veel werk te doen is. Onze stichting heet: Reframing HERstory Art Foundation. Het is ons doel om de oude koloniale ‘frames’ zichtbaar te maken en te laten zien dat het anders kan. Dus als stichting hebben we werk te doen. En daar zijn we toe bereid.

Zoals hierboven is gesteld ben je actief op drie gebieden: als danser, choreograaf en filosoof. Hoe switch je tussen deze drie werkterreinen?
Multidisciplinair werken is voor mij vanzelfsprekend. Ik verenig 5 disciplines in mijn werk: dans/ performance, choreografie, stemgebruik/ zang, filosofie en beeldende kunst. Het is een worsteling omdat er niet genoeg uren in een dag zitten om alle disciplines afzonderlijk de tijd te geven die nodig is. Dus moet ik kiezen wat ik doe. Maar binnen de gegeven disciplines, bijvoorbeeld, als ik aan het schilderen ben, word ik daar helemaal door in beslag genomen. In mijn werk als theatermaker, werk ik vrij intuïtief. Dat wil zeggen dat ik ongeveer weet waar ik aan wil werken, heb ik een idee of flarden van muziek in mijn hoofd en zie ik fragmentarische scènes voor me, maar het kan dan nog alle kanten op gaan, want, het krijgt pas vorm als we er op de vloer mee gaan improviseren. Dus hoe het eruit gaat zien, weet ik nooit van tevoren. Maar ik vertrouw mijn proces. Ik weet dat wat eruit komt, ertoe doet. Om niet alleen voor de groep te staan maar ook in de voorstelling mee te doen (zoals nu met de twee Schitterende Schaduw voorstellingen), is een dubbele taak. En best lastig. Als regisseur overzie je het geheel en weet je wat er nodig is. Als je in de voorstelling staat, kan je moeilijk het overzicht bewaren. Om die reden filmen we elke repetitie zodat ik het daarna kan bekijken. Als performer in het stuk ben ik vooral aanwezig in het moment. Er is niets anders dan wat ik op dat moment moet doen. Een heerlijk gevoel, een overgave aan het leven, om zo in het moment te zijn. De filosofie is de grond van waaruit ik werk. Deze gaat over bewust worden van dat wat we nog niet weten. In mijn performances gebruik ik ook mijn stem. Dus heb ik een extra instrument ter beschikking om dat te kunnen vertellen wat nodig is. Als beeldend kunstenaar gebruik ik mijn kennis en kunstenaarsoog, om kleurgebruik en materialen te kiezen, die passen bij de voorstellingen die ik maak.

Wat zou jij de lezers van dit interview willen meegeven vanuit jouw kennis en ervaring?
Ik zou graag willen dat mensen die dit interview lezen ooit in het publiek zullen zitten bij onze voorstellingen en ooit met mij aan het dekolonisatieproces van onze maatschappij zullen werken. Verder is het belangrijkste wat ik geleerd om ook mezelf te blijven bevragen wat mij drijft of wat mijn beweegredenen zijn, vooral als ik weerstand van anderen ervaar. We hebben allemaal patronen die misschien niet wenselijk zijn. We komen namelijk allemaal uit het koloniaal en slavernijverleden. Ook ik heb nog patronen en gedragingen te dekoloniseren. Alleen zo kan ik mijn beste mens worden.
Farida Nabibaks

Fotograaf: Almicheal Fraay

Sinds 2 jaar heeft Farida een stichting opgericht in Arnhem: Reframing HERstory Art Foundation. De stichting wil via danstheater voorstellingen bewustwording van het koloniaal en slavernijverleden in Gelderland (en Nederland) brengen. De verhalen van de voorstellingen komen uit sporenonderzoek naar het slavernijverleden in Gelderland. De voorstellingen cyclus heet Schitterende Schaduw, en het doel is diegenen die in de schaduw stonden de voorgrond geven. Er zijn reeds 2 voorstellingen gemaakt er volgt nog een derde. Website stichting
Voor onderzoek naar Farida’s werk, zie: Feeling the Traces of the Colonial Past

Geplaatst in Diverse