Menu Sluiten

Suzan Drummen: ‘Mijn werk komt voort uit een intuïtief en blijmoedig spelen.’

Suzan Drummen heeft een indrukwekkend curriculum vitae, niet alleen op het gebied van de productie van kunst maar ook als docent en lid van kunstcommissies. Ondanks het feit dat ze succesvol was als schilder gooide ze haar carrière in 2003 grotendeels om en richtte ze zich steeds meer op installaties, zie haar werk.

Installatie in vitrine Depot Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam
Installatie in vitrine Depot Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam
Detail installatie in vitrine Depot Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam
Detail installatie

Wanneer werd het je duidelijk dat jij de werkzaam leven zou doorbrengen als kunstenaar en wie zijn daarin van invloed geweest?
Mijn vader was beeldend kunstenaar en opende mijn ogen voor de wereld om me heen. Tijdens wandelingen wees hij me op veranderende luchten en details in de natuur. Hij leerde me om op een onverzadigbare en gulzige manier te kijken. Ik heb altijd veel interesses gehad en overwoog ook Duits of sociale geografie te studeren, wilde eigenlijk naar de toneelschool, maar belandde op de academie en daar voelde ik me al snel als een vis in het water. Eerst als student: 5 jaar kunstacademie in Maastricht, 1 jaar Jan van Eyckacademie Maastricht en 2 jaar Rijksacademie Amsterdam. Meteen daarna ging ik les geven en ik ben er sindsdien altijd gebleven als docent. Het is een voorrecht er te mogen werken en van dichtbij te zien hoe jonge kunstenaars zich ontwikkelen. Er is enorm veel verandert, maar een kunstacademie is altijd een bruisende en inspirerende plek.

Je studeerde af op tekenen en schilderen. Wat voor type werken maakte je in de eerste jaren en wat was daarvoor je inspiratie?
Na de Rijksacademie verbleef ik enkele maanden op het Nederlands Instituut in Rome. Elke dag dwaalde ik door de straten en laafde me aan de architectuur en de volheid van de stad. Steeds ontdekte ik weer nieuwe kerken en vaak zat ik er met open mond. De details en versieringen waren betoverend. Kijken is de mooiste, meest troostvolle en meest intense bezigheid die er is.
Terug in Nederland bezocht ik veel tentoonstellingen van hedendaagse kunst die visueel niet zo rijk waren. Dit resulteerde in een zoektocht naar een zo ‘vol’ mogelijk beeld. Er ontstond een reeks schilderijen die opgebouwd waren uit verschillende doorzichtige lagen.

Kijken naar kunst is een complex proces. De eerste onbevangen blik maakt al snel plaats voor een zoeken naar betekenis. We proberen immers het geziene te duiden en zin te geven. Maar ik wil dat onbevangen moment, dat voorafgaat aan die betekenistoekenning, zo lang mogelijk laten duren. Die onbevangenheid en die openheid van de eerste blik is voor mij de kern: er zíjn en kíjken! Ik begrijp de wereld niet, ben verbaasd, steeds weer opnieuw begoocheld en betoverd. Ik vind ons bestaan geweldig, dat wil ik vieren, verdichten en aanscherpen.

Installatie in werkkamer Koning Willem Alexander, Koninklijk Paleis op de Dam
Installatie in werkkamer Koning Willem Alexander, Koninklijk Paleis op de Dam
Installatie in werkkamer Koning Willem Alexander, Koninklijk Paleis op de Dam
Detail installatie

Ondanks het succes, je verkocht aan verzamelaars in binnen- en buitenland, besloot je het roer om te gooien en je legde je steeds meer toe op andere vormen van kunst en toegepaste kunst. Wat ging je maken en wat leidde tot die keuze?
Het was niet echt een keuze, het ging min of meer vanzelf. Ik werd uitgenodigd om opdrachten te realiseren op wisselende locaties, die vaak mogelijkheden boden die ik in het atelier niet had. Met name de grote schaal beviel heel goed. Ook ontdekte ik hoe ruimte werkt en hoe ik ruimte kon manipuleren. Dat je door een werk een looprichting kunt veranderen, dat je de blik omhoog kunt laten gaan, dat je met spiegels een ruimte kunt verdubbelen, dat je met geschilderde details een verfijning kunt aanbrengen die een monumentale ruimte weer een menselijke maat geeft. Door sommige elementen in de architectuur te benadrukken en zinnenprikkelende verbindingen te maken, kon ik interveniëren in de stedelijke ruimte.
De grote opdrachten in de openbare ruimte namen wel erg veel tijd in beslag. De arbeidsintensieve schilderijen kwamen daardoor in de knel. Ik had een grote verzameling glimmende dingen waarmee ik speelde in het atelier. Door de materialen speels te ordenen en er patronen mee te gaan maken ontstonden de vloerinstallaties als vanzelf.
Zo’n installatie kon met een groep mensen relatief snel gebouwd worden.

Vloerinstallatie met losliggende onderdelen Tokio
Vloerinstallatie met losliggende onderdelen Tokio

Groot succes oogst je met bovengenoemde installaties. Deze installaties liggen meestal los op de vloer, maar worden ook tegen muren/wanden geplaatst. De vloerinstallaties ‘bestaan’, nadat de expositie is afgelopen, niet meer. Vind je dat niet jammer?
De tijdelijkheid van de installaties maakt ze ook delicaat. Je weet als toeschouwer dat alles los ligt en dat is een deel van de kijkervaring. Het is net als met muziek. Bij een live concert ga je extra goed luisteren en ben je als het goed is ‘in het moment’. Ik zou willen dat de toeschouwers van mijn werk ook ‘in het moment’ zijn. Er zijn en kijken, daar gaat het om. Een installatie in het echt zien, is een directe fysieke ervaring. Die ervaring kun je opslaan in je brein. Net zoals een concert nog na kan gonzen en zelfs een onvergetelijke indruk kan achterlaten hoop ik dat een installatie dat ook kan doen.
Een ander voordeel van de tijdelijkheid is het hergebruik van de onderdelen. Ik werk al sinds 2003 met dezelfde materialen. Alles wordt steeds opnieuw gebruikt. Eigenlijk was ik al een duurzame kunstenaar nog voordat duurzaamheid een issue was. Het komt voort uit een moreel kompas om zorgvuldig met spullen om te gaan.

Wat voor installaties zijn het eigenlijk?
Het is niet eenvoudig te duiden en laat dát nou juist zijn wat me eraan fascineert.

Wat verbeeld je daarmee en pas je hiermee in een traditie? Zo ja, welke?
Hier kan ik niet één antwoord op geven, ik kan wel misverstanden wegnemen door te zeggen wat het werk niet beoogt. In de eerste plaats verbeeld ik niet ‘iets’. Het werk komt voort uit een intuïtief en blijmoedig spelen. Er is nooit een vooropgezet ontwerp of plan. Ik kreeg reacties van mensen uit de hele wereld, uit Polen waarin iemand zei dat ik vast naar Pools borduurwerk had gekeken, of uit Istanbul waarin men mij vroeg of een bepaalde moskee de inspiratiebron was geweest. Ik kan nog wel even doorgaan: uit Ierland, Tjechië, Rusland, India, China, Marokko… Vanuit veel verschillende culturen herkennen mensen blijkbaar iets. In alle culturen komen patronen voor en het simpele ordenen van kleine objecten is misschien wel een oer-handeling. Ieder kind heeft weleens een zandkasteel met schelpjes versierd. Ik ben met die speelse oerdrift gewoon nooit gestopt.
Ik hoop dat mijn werk iets in gang kan zetten bij de kijker, dat mijn werk als een vriend kan zijn of troost kan bieden. Ik hoor vaak van mensen dat het hen verbindt met iets groters of met een gevoel van gezamenlijkheid. Misschien ben ik op zoek naar een nieuw soort ritueel dat ons met elkaar kan verbinden. Ik hoop nu niet dat dit zweverig klinkt, het is in geen enkel opzicht zweverig, het is juist uiterst concreet.
Ik wil allereerst de aandacht van de kijker en de ogen verleiden om te kijken. Die blik wil ik zo lang mogelijk vangen, of nog beter, de kijker bedwelmen. Binnen de status quo van de huidige kunstdiscours is niet altijd plaats voor schoonheid en bedwelming, omdat het vaak als betekenisloos gezien wordt. Daarom heb ik me ook lang geschaamd voor mijn hang naar schoonheid. Inmiddels durf ik te accepteren dat het een relevante factor is, want schoonheid kan wel een structurerende pijler zijn, een middel om de ogen te lokken en om de wereld te bevragen. De tijdelijkheid, ambachtelijkheid, precisie, toewijding en tijd die het kost om een werk te maken, zijn ook nauw verbonden met de schoonheidservaring.

mensen worden onderdeel van een installatie met losliggende onderdelen
Mensen worden onderdeel van een installatie met losliggende onderdelen

In 2014 werden personen onderdeel van vloerinstallaties door de installatie voor een deel door te laten lopen op een lichaam. Wil je daar iets meer over vertellen?
Van elke installatie worden altijd veel foto’s gemaakt. Om de schaal van een installatie op een foto te vangen is het handig er een menselijk lichaam bij te fotograferen. Ik heb weleens mensen gevraagd ernaast te gaan liggen. Dat werkte goed en soms werden ze letterlijk onderdeel van een installatie. In Tokio werd ik geassisteerd door een groep kunststudenten en na afloop vroeg ik hen ook naast het werk te gaan liggen. Dat zag er zo verbluffend uit dat het beeld, van die liggende mensen naast een kleurige installatie, bleef rondzoemen in mijn hoofd. In 2021 heb ik een koor uitgenodigd zingend in het werk te gaan liggen. Het beeld en het geluid vermengden zich op een magische manier en luidt weer een nieuw hoofdstuk in. Het smaakt absoluut naar meer!

Andere activiteiten van jou bewegen zich op het vlak van het verzorgen van lezingen en zitting nemen in commissies voor kunstprijzen. Hoe zie je deze activiteiten in het kader van je eigen kunst en het zijn van kunstenaar?
Mijn beeldende werk is de kern en alle andere activiteiten zijn er nauw mee verbonden, het is een kluwen van werkzaamheden en ontmoetingen die elkaar enorm bevruchten.

Koor zingt liggend in vloerinstallatie
Koor zingt liggend in vloerinstallatie

Jouw man, Stan Klamer, is ook kunstenaar. In welke mate werken jullie samen en is er sprake van kruisbestuiving?
Ik herinner me een bioscoopbezoek met vrienden. Wachtend op de film zei ik iets tegen mijn man dat werk gerelateerd was. Een vriendin zei; ‘nee nee, nu heb je vrij, niet over werk praten’. Dat was voor mij een eyeopener: voor ons bestaat er geen onderscheid tussen werk en vrije tijd. Onze levens zijn compleet vergroeid met ons beeldende werk. We hoeven veel dingen niet aan elkaar uit te leggen, omdat we precies weten wat er speelt in een maakproces. Er zijn altijd twijfels en er is altijd een blinde hoop dat het volgende werk beter is dan het huidige. Er zijn altijd nieuwe ambities en dat houdt ons scherp.
Stan was en is een belangrijke stimulator en sparringpartner. Ik ben een groot bewonderaar van zijn werk dat visueel enorm rijk is, het sprankelt aan alle kanten. Kruisbestuivingen zijn er constant en we hebben ook plannen voor gezamenlijke projecten, al is het daar tot nu toe nog niet van gekomen. Maar je kent het spreekwoord: ‘wat in een goed vat zit verzuurt niet’. Dus ‘stay tuned’!

Suzan Drummen

Geplaatst in Diverse